Geert Theunisse's profileGeert Theunisse MaritiemPhotosBlogListsMore Tools Help

Blog


    January 07

    Eis tot schadevergoeding

     

    Uit "No cure-no pay contra de Staat der Nederlanden".

    -EIS tot schadevergoeding van G. Theunisse- 

     

    1) Dat door Eiser in het verloop dezer kwestie voldoende nieuwe elementen in de zaak werden ingebracht om alsnog een herzien besluit te rechtvaardigen en gelasten. Dat Eiser derhalve recht en belang heeft bij een nader oordeel.

     

    2) Dat Eiser alleen al om die reden inmiddels de vrije beschikking over een geldig Nederlands paspoort werd terug gegeven, met welke actieneming de Staat aantoonde dat het aan Eiser onthouden van een paspoort onterecht was.

     

    3) Voor illegaal, onwettig en onrechtmatig te verklaren: de gehele gevolgde procedure in en rond de verkoop door de Staat van het door Eiser, dd. 23 t/m 25 september 1979, geborgen schip. Te weten: het Ms. Magdalena, (Mi-Amigo).

     

    4) Voor onwettig en onrechtmatig te verklaren: het gehele handelen van de Staat, resp. van de Landsadvocaat in de zaak van de Getuigenverhoren.

     

    5) Voor nietig en onwettig te verklaren: de benoeming, de gevolgde procedure, alsook het advies van de eerste bindend adviseur, welke adviseur onder valse voorwendselen door de Minister van Justitie werd voorgedragen. Tevens te oordelen: dat de Minister van Justitie, door zijn handelen als in deze is geschied, bewust Eiser, alsook de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft misleid.

     

    6) Voor nietig en onwettig te verklaren: de gevolgde procedure, alsook het oordeel van de Nationale Ombudsman, voor zover gemotiveerd met en door de argumenten en gebaseerd op het nietige advies van de eerste adviseur. Tevens te gelasten, dat alle onderzoeksresultaten uit deze gevoerde procedure alsnog geopenbaard worden en aan Eiser medegedeeld, nu de maatregel van de Nationale ombudsman om aan zijn onderzoekers ook tegenover Klager een spreekverbod op te leggen, onwenselijk, onnodig en ook onrechtmatig was. 

     

    7) Te gelasten, dat Theunisse inzage zal krijgen in de zaak van de bemoeienis van ‘mevrouw Papavoine’ en tevens in de zaak van het ‘zakelijke’ voorstel van ‘de heer Kristallijn’.

     

    8) Voor nietig en onwettig te verklaren: de benoeming, de gevolgde procedure, alsook het advies van de tweede adviseur, voor zover gemotiveerd met en door de argumenten en gebaseerd op het nietige advies van de eerste adviseur en de argumentatie in/en het nietige oordeel van de Nationale Ombudsman.

     

    9) Toe te wijzen: alle schade zoals door Eiser werd geleden, werd berekend en voorgelegd aan de Staat, en deze schade te vergoeden vanaf 23 september 1979 tot de dag der algehele voldoening, zoals navolgend opgesomd:

    A) Met inbegrip van alle kosten van Juridische bijstand.

    B) Met inbegrip van alle bedrijfsschade, inkomensderving en verleturen.

    C) Met inbegrip van alle bijkomende kosten als porto, telefoon, correspondentie en reiskosten tot medio 1988.

    D) Met inbegrip van de samengestelde rente over deze bedragen, te berekenen op basis van bedrijfskapitaal-rendement als op pag. 4/5, tot de dag der complete voldoening, vanaf de data dat deze bedragen door Eiser aan de Staat bekend gemaakt werden en ten onrechte genegeerd c.q. ten onrechte afgewezen werden, in en/of buiten de hierboven genoemde nietige procedures. 

    E) Met inbegrip van alle kosten en schade welke door Eiser vanaf nov. 2000 zijn gemaakt, resp. geleden. 

    F) Het aldus verkregen totaalbedrag te verminderen met de marginale, wél door de Staat betaalde bedragen.

     

    10) Toe te wijzen: het maximaal mogelijke bij Nederlandse Wet toegestane bedrag aan immateriële schade-vergoeding 

     

    11) Te oordelen, dat op niet een der punten 1 t/m 9 enige verjaringstermijn van toepassing is.

     

    12) Te oordelen, dat Eiser, op het moment dat hij trachtte de zaak wél finaal te regelen - door de uitstaande schuld van de Staat aan hem te compenseren met een vordering op hem van ’s Rijksbelastingen - hem in redelijkheid geen andere mogelijkheid meer resteerde dan enige, thans deze, vorm van zelfverdediging. Tevens te oordelen dat Eiser desondanks in zijn zelfverdediging de gepaste terughoudendheid heeft betracht.

     

    13) Te oordelen: dat de Staat desondanks tot de dag van heden onterecht doof en blind bleef voor de belangen van Eiser. Dat de Staat in deze zaak de schuldige en daarvoor te veroordelen partij is. Dat de Staat als veroordeelde partij thans geen recht noch belang meer heeft van Eiser eventueel meer te vorderen dan het eventuele nettobedrag der afrekening van “Stakingswinst”, een en ander volgens de brief van Eiser aan de Inspectie der Belastingen te Roosendaal, dd. 23-07-1996; over welke belastingvordering de Staat onmiddellijk na de uitvoering van deze bij voorraad uitvoerbare uitspraak door met Eiser in overleg te treden, overeenstemming zal trachten te bereiken.

     

    14) Van toepassing te verklaren: de regel van “compensatie van belastingschade” op het totaal der toegewezen en door Eiser ontvangen bedragen, resterende na de afrekening zoals bedoeld in 13).

     

                              -SCHADEBEREKENING-

     

    Uitgaande van een aanvangsbedrag aan materiële schade van f 300.000-, lopende van mei 1988 tot heden, 1 januari 2005. De voorberekening is op basis van samengestelde rente en uitgaande van een gemiddeld percentage van 7 %. Beginstand mei 1988. 300.000- plus rente over 7 mnd. is:

    Eindstand  dec. ’88 = f 312.250-

     

    Jan. ’89 312.250-  over 12 mnd.   '89 = 334.108- 

    ’90 334.108-                                  ’90 = 357.494-

    ’91 357.494-                                  ’91 = 382.519-

    ’92 382.519-                                  ’92 = 409.294-

    ’93 409.294-                                  ’93 = 437.945-

    ’94 437.945-                                  ’94 = 468.598-

     

    Indien het aanvangsbedrag tot einde 1994, (bedrijfsoverdracht) op de normaal gangbare wijze in het bedrijf had kunnen renderen was de opbrengst ten minste het dubbele geweest: 14 %. Een redelijk aannemelijk gemiddeld bedrijfsrendement in deze branche is 15 %.

    Einde 1994 zou dan het schadebedrag f 468.598- x 2 = f  937.196- zijn geweest.

    De over de volgende jaren tegen wettelijke rente, (aangenomen 7%) voortgezette berekening wordt dan:

    December 1995        f 1.002.780-

         1996                     f 1.072.996-

         1997                     f 1.148.105-

         1998                     f 1.228.473-

         1999                     f 1.314.466-

         2000                     f 1.406.478-

         2001                     f 1.504.932-

         2002                     f 1.610.277-

         2003                     f 1.722.997-

         2004                     f 1.843.606- 

         2005                     p/m

     

    Noot 1): De geclaimde immateriële schade bedroeg per mei ’86 f 200.000-. Deze werd door de Staat afgewezen, c.q. genegeerd. Dit bedrag is dan ook niet opgevoerd, noch rente over berekend. Per heden is deze claim verhoogd tot het maximum bij Wet toegestane bedrag. 

     

    Noot 2): De voorschotbetaling ad f 20.000-, dd. mei 1988, (Nietig bindend advies van Prof. Brunner) is verrekend met de kosten van juridische bijstand plus de eigen kosten van mei ’88 t/m juli ‘96.

     

    Noot 3): Berekening eventueel te corrigeren voor het werkelijke jaarlijkse percentageverloop der wettelijke rente vanaf dec. ’88 tot heden, (actueel is 7,82 %).

     

    Noot 4): Indien deze cijfers ongestoord en op de normale wijze gerealiseerd hadden kunnen worden, zou een en ander ook hebben doorgewerkt in alle jaarresultaten vanaf 1979, waarvan speciaal de laatste 5 jaren vóór de overdracht van groot belang waren bij de waardebepaling van het bedrijf en waarvan de jaarstukken dienden te worden overgelegd aan de koper, vóór de verkoop per 31 dec. 1994 kon plaatsvinden.

     

    De verkoopprijs zou dan hoger mogen zijn geweest, het vreemd vermogen zou lager zijn geweest, (meer aflossing) en dus zou het resterende bedrag na aflossing der bankschuld ook hoger zijn uitgevallen. Dit was van groot belang voor het eigen vermogen, pensioenvoorziening etc.

     

    Schade in hoofdsom per 1 januari ’05       =  f 1.843.606-

    Onnodig betaalde bankkosten                    =  f    100.000-

    Immateriële schade                                     =  f    600.000-

    Inkomensderving  2001 – 2004                  =  f    240.000-

    Inkomensderving 2005 p/m…………………………………….

    Rente 2005 p/m………………………………………………….

    Totaal per 1 januari 2005 ex p/m            =  f 2.783.606-

     

    Noot 5): “p/m” nader te berekenen tot datum van uitvoering vonnis.

     

    Noot 6): Het spreekt vanzelf dat daarna de “vrijwillige” afrekening van stakingswinst met de fiscus zal dienen te volgen, analoog aan punt 14) op voorgaande pag.3.

     

    Noot 7): Ter staving van deze berekening mag deze worden toegepast op de gerealiseerde omzet van 20 jaren in (Prod.29) bij een aangenomen bedrijfsrendement van 14 %, waarbij dan zal blijken dat een ongeveer gelijk resultaat wordt bereikt. 

     

    Of een totaalbedrag dat U in goede justice zal vermenen te behoren.