Geert Theunisse's profileGeert Theunisse MaritiemPhotosBlogListsMore ![]() | Help |
|
February 17 Beroep bij de Raad van State, deel-2Deel 2 6) Op deze brief ontving Theunisse tot op heden (19 februari 2007) geen antwoord. Wel ontwikkelde zich een kortstondige, cryptische e-mail correspondentie met het ministerie van justitie: “Date: Fri. 11 feb. 2005, 11:39:05 From: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>: Geachte heer Theunisse, Ik schrijf u even als individu, niet als ambtenaar in dienst van justitie. Ik heb gewacht met reageren op uw e-mail totdat ik zeker wist dat de officiële kamervragenbeantwoording (op 3 februari j.l.) had plaatsgevonden. In verband met uw privacy is de beantwoording naar uw mening vast niet concreet genoeg geweest, met de doorverwijzingen die er in staan. U zult echter waarschijnlijk aangenaam verrast worden door de antwoorden die u in tweede instantie krijgt. Ik hoop dat u de afgelopen 25 jaar achter u kunt laten en de rust vindt te genieten van de toekomst! Met vriendelijke groet, Henriette Winkler persoonlijk Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend. Ministerie van Justitie. ************************** Date: Fri. 11 feb. 2005, 11:45:08 From: Geert Theunisse [mailto: geerttheunisse@yahoo.com] To: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>: Zeer geachte Mw. Winkler, Wij, mijn vrouw en ik, danken u zeer voor uw bericht. Al lang hadden wij de hoop opgegeven vanuit ‘Den Haag’ nog ooit een bericht te ontvangen dat van zo een begaandheid en persoonlijke moed getuigd. Wij wachten de antwoorden in tweede instantie af. Hoogachtend, Geert Theunisse
Van: Geert Theunisse [mailto:geerttheunisse@yahoo.com] Verzonden: zondag 20 februari 2005 10:14 To: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>: Onderwerp: RE: Vragen... Zeer geachte Mw. Winkler, Is er iets te zeggen over de termijn in welke wij de antwoorden in tweede instantie mogen verwachten? De reden voor deze vraag is dat mijn vrouw na uw bovenstaande, overigens door ons zeer gewaardeerde bericht, onderhand toe is aan opname met dwangverpleging in ‘Huize Avondrood’ o.i.d. Mocht deze vraag het antwoord kruisen, dan excuus. Vr. groetend, Geert Theunisse
From: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>: Geachte heer Theunisse, Uw dossier ligt ver weg in het archief. Ik meen me te herinneren dat in de kamervragen u wordt verwezen naar bepaalde instanties om uw vragen m.b.t. paspoortverstrekking en mogelijkheid tot gijzeling i.v.m. belastingschuld te stellen. Ik weet niet meer uit het hoofd welke instantie(s) dat waren, maar ik hoop dat u zich inderdaad zelf tot deze instantie(s) heeft gewend en u kunt daar ook vragen hoe lang u nog op uw antwoord(en) moet wachten. Wettelijk gezien moeten brieven binnen 6 weken beantwoord worden, anders kan er een tik op de vingers van de Nationale ombudsman verwacht worden. U kunt deze instantie(s) hieraan herinneren. Met vriendelijke groet en sterke met de ziekte van uw vrouw, Henriette Winkler Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend. Ministerie van Justitie. **************************************************************************************** Van: Geert Theunisse [mailto:geerttheunisse@yahoo.com] Verzonden: maandag 21 februari 2005 11:18 To: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>: Onderwerp: RE: Vragen... Zeer geachte Mw. Winkler, A.u.b. nog even terugkomend op uw mail van 11 feb.: Ik meen begrepen te hebben dat u, vooruitlopend op de antwoorden in tweede instantie, verwacht dat ik "waarschijnlijk aangenaam verrast zal worden". Dat lijkt mij voldoende grond om die antwoorden dan verder af te wachten, zonder verder op spoed aan te dringen of met de Nat. Ombudsman te gaan dreigen. De verwijzingen naar de Belastingdienst in de inmiddels beantwoorde vragen van de heer Wolfsen zijn niet mijn eerste belang. Mijn conflict met de Staat gaat het ministerie van Justitie aan. Zie aub. bijgaande brief aan de heer Wolfsen waarin ik dat (nogmaals) tracht uit te leggen. Zodra dat conflict is opgelost kan ik: "de afgelopen 25 jaar achter mij laten en de rust vinden van de toekomst te genieten.” Graag ontvang ik uw commentaar. Vr. groetend, Geert Theunisse
From: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>: Geachte heer Theunisse, Ik wil het inhoudelijk niet meer over uw zaak hebben. Dit is mijn laatste email. Als u er mee weg komt uw enorme belastingschuld te kunnen wegstrepen tegen hetgeen u de staat verwijt aan u schuldig te zijn, past het u wellicht om de zaak verder te laten rusten. Met vriendelijke groet. Henriette Winkler Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend. Ministerie van Justitie.” ************************** 7) Via Postbus-51 ontving Theunisse de door A. Wolfsen (PvdA) gestelde Kamervragen: “Tweede Kamer der Staten-Generaal, Vergaderjaar 2004–2005 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de door de regering gegeven antwoorden Vragen van het lid Wolfsen (PvdA) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en de staatssecretaris van Financiën over de situatie van de heer T. die stelt al vele jaren noodgedwongen te wonen in de haven in Antwerpen. (Ingezonden 14 januari 2005) 1) Bent u bekend met de kwesties en procedures die in de jaren tachtig hebben gespeeld tussen de Staat en de heer T. over de bergingskosten van het schip Mi- Amigo? 2) Is het u bekend dat de heer T., die al jaren leeft op zijn schip in de haven van Antwerpen, stelt dat hij niet kan beschikken over een paspoort en Nederland niet in kan en/of durft omdat hij bang is gegijzeld te worden voor een belastingschuld? 3) Zijn die stellingen van de heer T. waar en is die angst van de heer T. nog steeds terecht en op goede gronden gebaseerd? Zo ja, bent u bereid tot het aan (laten) gaan van een gesprek met de heer T., om te bezien of er (nog) mogelijkheden zijn om uit de, kennelijk ontstane, impasse te komen? 4) Indien u niet tot een gesprek bereid bent ziet u dan andere mogelijkheden om tot een vergelijk te komen met de heer T.? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet? Antwoord Antwoord van staatssecretaris Wijn (Financiën), mede namens de ministers voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijks-relaties en van Justitie. (Ontvangen 4 februari 2005) 1) Ja, ik ben bekend met het geschil tussen de heer T. en de Staat der Nederlanden over in 1979 gemaakte bergingskosten. Het geschil is met wederzijdse instemming door middel van arbitrage beslecht, in 1982 ten aanzien van de bergingskosten en rechtsbijstandkosten, in 1988 ten aanzien van gederfde inkomsten. De daarbij vastgestelde vergoedingen zijn naar behoren door de Staat uitbetaald. De heer T. heeft derhalve geen vordering meer op de Staat. 2) Van deze stelling van de heer T. heb ik kennis genomen naar aanleiding van uitlatingen van T. op de regionale televisie (Zuid West) in november 2004. 3en4) De fiscale geheimhoudingsverplichting en de privacybescherming met betrekking tot paspoortsignaleringen verbieden om over individuele belastingplichtigen en belastingschuldigen mededelingen naar buiten te doen. De ontvanger zal, als T. hem daarom verzoekt, hem informeren of hij nog een openstaande belastingschuld heeft en zo ja, wat de omvang en samen-stelling daarvan is. De heer T. kan voorts bij de autoriteit die ten aanzien van hem bevoegd is tot het verstrekken van reisdocumenten dan wel bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in persoon vernemen of er (nog) een paspoortsignalering bestaat. ’s-Gravenhage 2005, Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005,” APPÉL 8) Ooit ontving Theunisse in een eerder vergeefs beroep op de Raad van State in deze kwestie het antwoord “dat aan een onderzoek door de Raad van State een concreet geval in de gedragingen der overheid ten grondslag moet liggen”. Theunisse heeft in het nu voorliggende dossier concrete gevallen in overvloed aangedragen. Het is de plicht en verantwoordelijkheid der rechter(s) in de Afdeling bestuursrechtspraak om op de door partijen aangedragen feiten en argumenten, alsmede der partijen motivatie daartoe, waarheids-vinding toe te passen en het gevondene te toetsen aan recht, billijkheid en wet. 1) Gezien het feit dat verjaring in deze zaak reeds lang werd gestuit door navolgende Telex: “10.44 52033 ratio NL 34382 advac NL, ‘s-Gravenhage, 10 september 1980. t.a.v. mr. E. Fleskens inzake:staat/Theunisse; geachte confrère, n.a.v. uw telex van gisteren deel ik u mede dat u de ver-jaring als geschorst kunt beschouwen. hoogachtend, uw dw. cfr., S.E. Gratama. 52033 ratio NL 34382 advac NL” 2) Gezien de misleidende, onvolledige, zeer summiere beantwoording van de Kamervragen; 3) Gezien de ongevraagd verkondigde en onware stelling in antwoord 1) op die vragen; 4) Gezien diezelfde onterechte stelling, herhaald in de brief dd. 19 januari 2005 van het ministerie van Justitie; 5) Gezien het uitblijven tot heden van enig antwoord op de brief van Theunisse dd. 27 januari 2005 aan dat zelfde ministerie; 6) Gezien de vage, ontwijkende, intimiderende en neerbuigende antwoorden van hetzelfde ministerie in de e-mail correspondentie; 7) Gezien de slordige, vooringenomen, onvolledige behandeling aan staatszijde in de aan dit geding vooraf-gaande procedures in 1e, 2e, 3e, 4e en 5e instantie, hierbij inbegrepen de behandeling door een volstrekt ongeïnteresseerde, partijdige rechtbank; is en blijft Theunisse er vast van overtuigd dat: A) Met een uiterst beroep op goede rechtspraak en goed bestuur, hij het volste recht heeft op volledige opening van zaken in deze, met name mede door inzage in alle door hem in dit geding onder welke Titel of Wet dan ook gevraagde stukken. B) Dit geding zowel rechtens alsook op gronden van redelijkheid en billijkheid niet los gezien kan, mag en zal worden van de gehele, nog steeds slepende hoofdoorzaken in de voorgeschiedenis. Zonder deze hoofd-oorzaken was de voorgeschiedenis nooit ontstaan en had dit geding nooit plaatsgevonden! C) Hij het volste recht en groot belang erbij heeft, dat deze gehele kwestie – die uitsluitend kon ontstaan door bestuurlijke misdragingen en wetsovertredingen der overheid - voor eens en altijd door Uw Afdeling Bestuursrechtspraak zal worden beslecht. D) Hij elk recht voorbehoud zich na Uw uitspraak alsnog te beraden en waar nodig te overwegen om met juridische middelen onbeperkte inzage in zijn gehele bij de overheid berustende dossiers af te dwingen. Theunisse persisteert bij alle eerder door hem ingebrachte feiten en argumenten. Hoogachtend, G.A.C. Theunisse Beroep bij Raad van State, deel-1Aan de Raad van State De Afdeling Bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA DEN HAAG Uw nummer: 200606990/1/H3 Uw onderwerp: Theunisse/Staatssecretaris financiën, WOB inzage correspondentie Roosendaal, 19 februari 2007 Betreft beroep tegen: Uitspraak Rechtbank 's-Gravenhage, Reg. nr. AWB 06/2214 WOB, van 23 augustus 2006 in de zaak G.A.C. Theunisse tegen de Staat der Nederlanden/de Ministeries van Financiën en Justitie. Hooggeachte Afdeling, 1) In dank ontving ondergetekende, (hierna Theunisse) uw bericht van 15 januari 2007 met de kennis-geving over de zitting in dit geding van 14 maart aanstaande. Theunisse laat U bij deze weten niet op deze zitting te verschijnen. Hierna volgend treft U de hem moverende redenen. Eerder ontving Theunisse Uw brochure “In beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State”. Uit deze brochure valt ondermeer te leren dat U zich voor de zitting goed voorbereid, alsdan kennis hebt genomen van alle processtukken, en dientengevolge het ter zitting mondeling herhalen van feiten en argumenten onnodig is; zo dit in de onderhavige kwestie, binnen het U in de praktijk gebleken tijdsbestek van 10 minuten per partij, hoe dan ook al mogelijk zou zijn. Voorts vermeldt Uw brochure dat tijdens Uw vooronderzoek - ingeval van beroep tegen een gerechtelijke uitspraak - Uw Afdeling het gehele dossier opvraagt bij de rechtbank. Nu Theunisse zich uitputtend heeft ingespannen om alle feiten en argumenten in deze en alle eerdere gedurende vele jaren in dit geding gevoerde schijnprocedures en showprocessen zo volledig mogelijk op schrift te stellen en te publiceren – en deze stukken ook in de onderhavige deelprocedure heeft ingebracht - vervalt alleen al om die reden de kans dat U nog cruciale vragen zouden resteren, en derhalve enige noodzaak voor Theunisse om ter zitting te ver-schijnen. 2) Ook een ander aspect speelt een rol in de beslissing van Theunisse om niet ter zitting te verschijnen. Theunisse heeft gedurende de vele jaren dat dit geding voortsleept een dermate ontluisterend beeld gekregen van de rechtsbedeling – speciaal wanneer de strijd van de burger zich richt tegen hem aangedaan onrecht veroorzaakt door de overheid zélf - dat zijn gemoedstoestand inmiddels van dien aard is dat hij zich niet meer zeker voelt of hij tijdens de zitting de regels van wellevendheid, U toekomend, in gepaste mate in acht zou kunnen (blijven) nemen. In dit verband verwijst Theunisse naar Prod-E, (ISBN 9080838632), maar vooral ook naar het eveneens in de boekhandel verkrijgbare “Een man tegen de Staat”, (ISBN 9067281956. De laatste titel handelt over de intrieste lotgevallen van de heer Spijkers in zijn zaak tegen Defensie, U wellicht bekend. Ondermeer deze infame kwestie is voor Theunisse het absolute, fysiek onpasselijk makende, dieptepunt in het onstuitbare verval van de Nederlandse Democratische Rechtsstaat, waarin het noodzakelijke door de burger te stellen vertrouwen in haar instituties van Rechtspraak en Bestuur alsmede de zozeer gewenste achting voor haar machthebbers in bestuurszaken en rechtsbedeling nu vrijwel niet meer lager kunnen zinken. Het is voor Theunisse een volslagen raadsel hoe de talloze ‘bestuursverantwoordelijken’ zonder direct en afdoende ingrijpen kunnen toezien terwijl kwesties als de onderhavige en de hiervoor genoemde voor hun ogen – immers breed uitgemeten in de media – escaleren en blijven voortslepen, daarmee hun eigen falen keer op keer schaamteloos bevestigend. Theunisse, door schade en schande geleerd, beaamd de visie van Minister Remkes op de overheid: “Verwacht geen perfecte overheid!”. Theunisse verwacht echter wel een overheid die de moed en integriteit kan opbrengen om haar eenmaal afdoende bewezen imperfecte handelen te erkennen en de nadelige gevolgen daarvan waar mogelijk te herstellen. Als pleidooi in de ‘WOB’ procedure. 3) Rechtstreekse aanleiding voor deze ‘WOB’ episode was het volgende. Theunisse zond de volgende brief aan de minister van Justitie: “Aan de Minister van Justitie: Mr. P. H. Donner, Ministerie van Justitie, Postbus 2030, 2500 EH Den Haag -NL- Antwerpen, 17 nov. 2004 Excellentie, Na vele vruchteloze omzwervingen langs allerlei overheidsorganen, websites en vooral langs de geachte Leden van de Volksvertegenwoordiging, (Democratie, nietwaar?) richt ik mij nu maar in arren moede tot U. Ik benaderde ook al vele malen de site ‘Voorlichting’ van Uw departement, maar ontving nooit enige reactie, (niet echt vriendelijk!). Nu gebruik ik dus maar weer de ouderwets degelijke papieren methode. Ondergetekende heeft een ernstig, al zeer lang lopend, conflict met de Nederlandse Staat. Dat is geen nieuws, zult U nu denken, maar de zaak is zeker nieuw in het licht van de tegenwoordig zo actuele ‘Waarden & Normen hype’, en ook in de wijze waarop ik in dit verhaal van het kastje naar de muur wordt gestuurd, resp. aan de draai gehouden. Dit ben ik nu helemaal zat. Zie dan ook a.u.b. de bijgaande stukken. Ik maakte te Uwer bediening de nu 25 jaar lopende kwestie zo overzichtelijk mogelijk. Daarvoor treft U een document aan getiteld: “Het Groot Mi Amigo Citatenboek”. Hierin is een en ander zeer gecondenseerd weergegeven, toegespitst op de ‘Waarden & Normen’ der Overheid; of liever: op het in deze volstrekt ontbreken daarvan. (zie in WOB dossier). U kunt daarin ook lezen hoe Uw partijgenoot, Mr. Ir. W. van de Camp, mij nu bijna twee jaar aan het lijntje houdt; ook welke vreemde dwaalwegen de heer van de Camp meent te moeten bewandelen om de zaak maar voor zich uit te kunnen blijven schuiven, alsmede de volstrekt onzinnige tussentijdse resultaten daarvan. Vrij nieuw is dat ik op 9 sept. ’04 een onderhoud had met Mr. A. Wolfsen, van de PvdA- 2e Kamerfractie. Dit gesprek vond plaats in het Parlementsgebouw en onder het oog van een Tv-camera van Omroep-Brabant. Uitgezonden op 27 sept. ’04. De heer Wolfsen beloofde mij toen direct vragen aan U te zullen stellen. Niets gebeurde, tot heden. In een tweede bijlage: “Vragen aan de Minister van Justitie” treft U dan ook de vragen die ondergetekende nu rechtstreeks aan U zou willen stellen, en ook graag beantwoord zou zien. De vragen worden voorafgegaan door mijn meest recente correspon-dentie met de heer Van de Camp. (zie in WOB dossier) In deze tijd waarin U zich moet haasten om Uzelf van de ene crisis naar de andere te vergaderen; de tijd waarin de grootste schreeuwers, de moordenaars, de godslasteraars, de krankzinnige Muzelmannen en andere radicale fanatici Uw volle aandacht genieten; in deze hectische tijd zou het mij werkelijk deugd doen als U nu toch eens aandacht zou kunnen schenken aan míjn ongenoegen; in, voor deze tijd, redelijk gematigd ABN gesteld en nu op schrift aangeleverd. Indien U meer uitvoerige informatie wenst, zend ik U het boek wat ik over de zaak schreef. Maar U kunt natuurlijk ook gewoon Uw eigen archieven raadplegen. Met grote belangstelling wacht ik Uw spoedig antwoord af. Per E-mail volstaat ook. Vragen van G.A.C. Theunisse aan de Minister van Justitie De vragen die gesteld hadden moeten worden door de Leden der Tweede-Kamer W. van de Camp (CDA) en A. Wolfsen (PvdA), maar wat nooit gebeurde. Inleiding 1) Op 18 augustus 1980, van 12.00 tot 13.30 uur, had op BIZA een gesprek plaats tussen de Minister van Justitie (hierna de Minister) en G. A. C. Theunisse. (hierna Theunisse) Onderwerp van het gesprek was een geschil tussen Theunisse en de Staat der Nederlanden over de berging van een schip op de Noordzee. 2) Door de Minister werd tijdens het gesprek aan Theunisse het voorstel gedaan om de kwestie voor te leggen aan een bindend adviseur. 3) De Minister stelde Theunisse voor om als bindend adviseur Prof. Mr. H. Schadee te vragen; met als alternatief, - ingeval Prof. H. Schadee zou weigeren of niet in de gelegenheid zou zijn – de President van de Rechtbank te Rotterdam te vragen om een bindend adviseur aan te wijzen. 4) De Minister wees Theunisse op het feit dat Prof. H. Schadee goed ingevoerd was in deze materie en zelfs als een autoriteit op dit gebied werd beschouwd. 5) De Minister prees Prof. H. Schadee letterlijk aan bij Theunisse als iemand die “…geen enkele binding met de Staat heeft, meneer Theunisse, en ook niet met u.” 6) Op grond van de informatie die de Minister tijdens dit gesprek aan hem verstrekte, aanvaardde Theunisse de aanstelling van Prof. H. Schadee als bindend adviseur in de kwestie. Om dezelfde reden zag hij af van het alternatieve voorstel van de Minister. 7) Echter: Prof. H. Schadee werkte al vanaf 1961 op grond van een regeringsopdracht (Justitie) aan het nieuwe Boek-8-Vervoerrecht van het Burgerlijk Wetboek, (april 1991 in werking getreden). Ook trad Prof. H. Schadee in de Tweede Kamer op als regeringscommissaris tijdens de behandeling der wetsontwerpen dienaangaande. 8) De informatie onder 7) betreffende Prof. H. Schadee was niet bekend bij Theunisse, noch werd deze informatie door de Minister aan hem medegedeeld. Vragen Vraag 1) Wat was de reden dat de Minister van Justitie zo nadrukkelijk Prof. H. Schadee als bindend adviseur voorstelde aan Theunisse om het geschil op te lossen? Nadrukkelijk, daar de Minister het kennelijk nodig achtte om – als extra aanmoediging - tegenover Theunisse Prof. H. Schadee letterlijk te omschrijven als iemand die: “…geen enkele binding met de Staat heeft, meneer Theunisse, en ook niet met u.” Een kwalificatie die, gezien de feiten onder 7) in de Inleiding hierboven, toch minstens twijfelachtig en niet geheel naar waarheid genoemd mag worden? Vraag 2) Ware het niet verstandiger van de Minister geweest - en ook oprechter tegenover Theunisse - om zijn initiatieven tot aanstelling van een bindend adviseur te beperken tot zijn - toen alternatieve - voorstel om die keuze van een bindend adviseur inderdaad over te laten aan de - onafhankelijke - President der Rechtbank te Rotterdam, en het daarbij te laten? Vraag 3) Hoe ziet de Minister de ‘extra aanmoediging’, die de Minister destijds aan Theunisse meende te moeten geven om hem de aanstelling van Prof. H. Schadee als bindend adviseur als eerste keus te doen aanvaarden? Dit in het licht van de feiten onder 7) in de Inleiding hierboven, en dat het verzoek aan de (onafhankelijke) President der Rechtbank te Rotterdam tot aanwijzing van een bindend adviseur slechts als alternatief genoemd werd. Vraag 4) Is de Minister voorts bekend met het feit dat de landsadvocaat, tijdens het dienen der belangen van de Staat in deze kwestie, meerdere malen de wet overtreden heeft en zich schuldig gemaakt heeft aan onrechtmatige handelingen? Is de Minister bereid hierover zijn afkeuring uit te spreken? Is de Minister voorts bereid zodanige instructies aan de landsadvocaat te geven dat in diens gedrag – optredend voor de Staat tijdens geschillen van burgers met de overheid - onwettige, c.q. onrechtmatige handelingen, tot schade leidend, in de toekomst niet meer zullen voorkomen? Vraag 5) Nu in deze kwestie de zaken gelopen zijn zoals ze liepen; wat denkt de Minister te gaan ondernemen om uit de ontstane impasse in de kwestie Theunisse/Staat te geraken? Vraag 6) Theunisse is in staat aan te tonen dat, na de aanstelling van Prof. H Schadee als bindend adviseur, de kwestie voor hem een volstrekt onverdiende wending heeft genomen en hem daardoor groot onrecht is aangedaan. Theunisse kan ook aantonen dat hij hierdoor schade heeft geleden. Is de Minister bereid deze schade te vergoeden? Hoogachtend, G.A.C. Theunisse” 4) Hierop ontving Theunisse op 19 januari 2005 het volgende antwoord: “Geachte heer Theunisse, Uw brief van 17 november 2004 heb ik in goede orde ontvangen. U hebt hierin opgemerkt dat u geen reacties hebt ontvangen op uw e‑mails aan de site van Voorlichting van mijn ministerie. Bij navraag is gebleken dat uw e‑mails geen duidelijke vragen bevatten en dat Voorlichting bij de laatste e‑mail om een adres gevraagd heeft om de e‑mail formeel te beantwoorden maar dat er hierop nooit antwoord is ontvangen. Tevens hebt u mij verzocht te reageren op de aan uw brief toegevoegde "Vragen van G.A.C. Theunisse aan de Minister van Justitie". Het betreft vragen over de afhandeling van het geschil met de Staat der Nederlanden, dat gerezen is rond de berging in 1979 van het schip Magdalena van (Radio) Mi Amigo. Uit de mij ter beschikking staande gegevens blijkt dat er ter zake door prof. Schadee op 7 juni 1982 een bindend advies is uitgebracht. Vanwege uw klacht over de uw inziens onjuiste behandeling van uw vordering, heeft de Nationale Ombudsman op 21 februari 1986 een rapport uitgebracht. Hierin is onder meer gesteld dat de arbiter in zijn bindend advies geen uitspraak heeft gedaan over de nog resterende vorderingen van de berger (vergoeding van gederfde inkomsten en door de klager geleden immateriële schade), en dat de minister in deze een nader aanbod had behoren te doen, dan wel een voorstel de arbiter alsnog hierover een (bindend) advies te laten uitbrengen. Naar aanleiding hiervan heeft prof. Brunner op 26 maart 1988 een bindend advies uitgebracht aangaande de resterende vorderingen. U hebt er vooraf mee ingestemd dat (ook) dit advies bindend zou zijn. De door de arbiters vastgestelde bedragen heeft de minister steeds prompt voldaan. Daarmee is de zaak feitelijk afgedaan en zie ik derhalve geen reden dieper op uw vragen in te gaan. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, De Minister van Justitie, namens deze, directeur‑generaal Rechtshandhaving, C.W.M. Dessens” 5) Theunisse drong vervolgens aan op een meer ter zake doende beantwoording, in plaats van de eeuwig herhaalde, leugenachtige mantra: “De staat is u niets (meer) verschuldigd”: “Aan de Minister van Justitie: Mr. P.H. Donner, Ministerie van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag -NL- P/a bureau JBA, h.winkler@minjus.nl, Uw kenmerk 5330776/505/HW, Uw brief dd. 19 jan. 05 Antwerpen, 27 jan. 05 Excellentie, Uw zelfbevestigend vertrouwen aan het slot van bovenvermelde brief is volkomen misplaatst. In de afgelopen 3 jaar heb ik, - behalve ooit een boodschap dat “in verband met het risico van virussen ‘e-mail-bijlagen’ niet geopend worden.” - geen enkel antwoord op mijn meerdere e-mails aan U ontvangen. En dit ondanks het feit dat toch al mijn mail tenminste voorzien is/was van mijn e-mail adres. Het is - bij mijn provider - niet eens mogelijk om een mail te versturen zonder invulling van de afzender! Maar dit terzijde, nu ik zonder meer verwacht dat het in Uw briefhoofd vermelde e-mail adres wél zal werken. Ernstiger is de botte onverschilligheid waarmee U in de rest van genoemde brief meent mijn vragen aan U te kunnen afdoen. U zou toch onderhand moeten weten dat voor het oplossen van conflicten/ problemen daarover discussiëren de voorkeur dient te hebben boven die van de zaken maar te negeren en op hun beloop te laten. Wat dan immers uiteindelijk overblijft is het opblazen en vernielen van mensen/dingen. U zou onderhand ook kunnen weten dat op deze wijze mijn vragen beantwoorden geen enkele - en al helemaal geen goede - indruk op mij maakt. Met grove stappen somt U enkele stadia op in de veeljarige ellende die ik met Uw ministerie beleefd heb. U doet dat volkomen overbodig, daar ik veel beter dan U de gang van zaken in gedachten heb en er nog dagelijks de nadelige gevolgen van onderga. U stelt: “dat ter zake door Prof. Schadee op 7 juni 1982 een bindend advies is uitgebracht.” Het punt is nu juist dat vooral de totstandkoming, maar ook de procedurevoering, en zeer zeker ook de uitkomst van dat advies totaal niet deugden. Het punt is nu juist dat de latere - op basis van en met als uitgangspunt dat ondeugdelijke bindend advies - gevoerde vervolgprocedures en onderzoeken dus ook niet deugden. Het punt is nu juist dat een Uwer voorgangers het nodig achtte om tegen mij te liegen om deze door hem voorgestelde bindend advies procedure, a) te verkrijgen, en b) in de door hem gewenste vorm te kunnen gieten. Dat draag ik U niet na, noch verwijt ik U dat. Ik vraag U slechts alsnog deze zaken recht te zetten, waar ik naar mijn overtuiging het volste recht op heb. U laat nu na op de concrete door mij hierover aan u gestelde vragen te antwoorden. Dit kan ik niet waarderen en herhaal daarom bij deze mijn eerder gestelde vragen aan U, in de verwachting dat nu wel ter zake doende, rechtstreeks op mijn vragen betrekking hebbende antwoorden zullen volgen. Met grote belangstelling wacht ik Uw spoedig antwoord af. Per E-mail volstaat. Hoogachtend, Geert Theunisse” Vervolg, zie deel 2
February 07 Tankers & things...Gasoline Tankers and things… Translated from “Bergers-Werken op Water” © Geert Theunisse. It was on a quiet hot summer-night and in a dead calm and oppressive overcast atmosphere when the Belgian motor-tanker ‘Mare’, ex ‘Gulf-Belgium’, loaded with 900 Tons of gasolin sailed in Dutch waters on the smooth but swiftly moving surface of the Krammer-River and with destination Antwerp. Around 11.00 pm, due to a navigational error, the ship went aground, and instantly, this until now silent and peaceful voyage went into a very dangerous and nightmarish situation… Because except for the hot and becalmed weather, the tide was just after high water and falling…still to go down for yet another 8 Ft in the next coming 4 hours… The Skipper, very scared and nervous, tried at once - reasonably calm at first but soon in desperate fear - by using his engine full power on forward and reverse alternatively, to free his vessel from the sandbank. He also kept trying for quite some time, but when he finally gave up, he had not succeeded… Therefore, when he finally alarmed the traffic-authorities and we received the red-alert message, it was already far too late for us to have a decent chance whatsoever for refloating the ship at the same – falling - tide. Nevertheless, the ships-crew was still very glad to see us arriving at the scene. Because the three of them felt very lonesome on their grounded vessel, and very worried also about what could happen in this situation and with this particular dangerous cargo, from which they all knew the grave risks so well… We made fast with Fury-2 on starboard alongside Mare, on the far end aft, and with only two very thin ropes. Because the insignificant little puffs of wind that one sometimes could feel came from the East, so on that spot we were at least in theory above-wind from the cargo vapors. If disaster should happen and we had to haul ass very rapidly - if there would be any chance left for us to do so in the first place - the only thing I had to do in that case was cranking my engine in reverse, and the flimsily moorings would for sure both snap instantly… All other shipping was been halted and for miles around banned by Traffic-Control. Our surrounding looked completely deserted, pitch-black dark, and the silence was deafening. Meanwhile, the only thing we could do was waiting how the ship would hold on until the tide had reached her lowest level and turned rising again. In such a risky falling-tide situation and on such a short notice finding another tanker for transshipping the cargo is virtually impossible and even not worth considering. Their respective captains, politely invited for such an enterprise, would all say very realistically, “Thank you, but no thanks…,” meanwhile probably thinking, “What kind of a nutcase he is!?” The crew from Mare came over to us, after they had switched off and shut down all electrical and other systems onboard of their ship, and we gathered the five of us in our tiny wheelhouse, waiting on things to happen… On regular intervals, we checked the situation on deck of the ship…walking with care, with no shoes on and with empty pockets. No metal objects, matches or such other dangerous stuff were been allowed to carry around or moved, or even thought about touching them for that matter… The Mare was a very old tanker and she was completely riveted together, and I still believe, being strongly convinced even, that this fact was our savior then, considering afterwards what was about to happen... Because the Mare sat on a particular bad spot of this sandbank...! All of her 12 tanks from the cargo-sector were in a straight angle spread over and across the long stretched and steep upward curved sandbank, with the fore and aft part on deep water… A very unfortunate and unhealthy position indeed… By the time the water started to fell rapidly; which goes as you probably know along a sinus-shaped but non-linear form, starting slowly and increasing to maximum around half tide – which on this particular spot could go up to a rate of 3 to 4 Ft an hour - and then slowly decreasing again until the low-water level is reached; the poor Mare started to bend... Slowly but irresistibly she bended further and more, like an angry alley-cat, slowly taking over the exact shape of the sandy bottom on which she was lying captured. In such a situation, it seems that every single minute stretches itself out into a full hour…! Every few minutes, one could see the ship changing a little, taking on another and more pronounced arched shape, making tiny, muffled, very mysterious and alarming little ticking sounds here and there... Then other, very real things started to happen, very sorrowful and scaring things, the water going down and down forever, it seemed… With our (gas-safe) searchlight, we continuously kept the ship surveyed and at one moment, there was something going on in the ships starboard side, directly in our sight, moored on that side as we were. But the same thing happened at the same instant on portside also of course, on her dark side, invisible for us… Tiny spots of a darker, a kind of wet looking black color appeared in the old and weathered tar covering the hull plating on starboard and portside; the dark spots growing bigger by the minute and in numerous and ever-increasing numbers. The ship started literally to sweat in her agony about this outrageous abuse... Like a beached whale threatens to suffocate fatally under her own weight as soon as the massive and heavy body is no longer being supported by water, exactly the same great threat endangers a loaded ship that runs aground at falling tide. The natural lifting power from water -normally surrounding the submersed part of the vessel and spreading out her wonderful supporting force equally on every square Feet of the hull - starts decreasing along with the falling tide. Leaving the total weight from ship plus cargo no other way according the Laws of Gravity then gradually finding vertical support for this full weight on whatever there exists beneath the ships bottom…encountering no matter what shape, sort or form... The ship started to sweat gasolin…! Clouds of highly inflammable gasolin vapors were growing larger and thicker by the second, and because of the lack of any amount of sufficient wind, surrounding and covering the ship with a deadly dangerous blanket… A dead robe of an invisible but very explosive mixture of rich gasolin vapors and oxygen descended over the ship! Nevertheless…She struggled back! That’s what she did! By giving in little by little... This was her only possible way and known method to survive the terrible forces caused by the 900 Tons of her dangerous cargo and the approximately 300 Tons of her own weight, which joined together now in evil conspiracy for trying to break the back of her wary body. She did fight back by the single possible way she could… Every part of her body; from the large sheets of steel hull plating, the bulkheads, the heavy angle-steel struts and beams, held together by -and communicating with - the numerous tiny rivets, worked together! They all gave in a little, trying as much as they could, everyone for his own part, a little bending here, a little shifting there, pulling and pressing and stretching, to divide and spread the tremendous destroying forces that held her body under siege. Because of the enormous stress building up in the ships hull, the thousands of rivets started to reposition themselves, each one a very tiny little bit in their respective holes in the steel plating, the struts, and the beams. The rivets stretched to the very maximum of the strength, given to them by the physics of the steel from which they were been forged from, a long, long time ago. They simply had to hold on, keeping the other parts from the body together! But by doing so, they were bleeding pure, high octane gasolin! While this terrible and almost dead-silent struggle continued, again some minutes later, a kind of little cracking sounds nearby and further away could been heard, spread out along the length of the cargo sector towards the forward. We went very cautiously out on deck on the outermost windward side, for whatever wind there was. In the central longitudinal deck-part where all the pump-lines, tank-vents and valves are grouped together, there’s also a 3” steel mantle-tube containing and protecting all the electric wiring from the ships electrical systems, running from the engine-room and wheelhouse at the stern to the forward part of the vessel. On regular intervals in this line, connecting-boxes are been situated for feeding the various deck-lights, cargo-level-gauges, alarm-switches and so on, everything properly sealed and gas-proof of course, normally… But this was a far from anything but normal situation now… Now…on both ends of each and every connection-box, the 3” steel tube was moving out of the box-inlets -by an inch or so already - because of the ever increasing upward bending of the deck, lengthening the distances between the boxes. Now…we could clearly see the various wires and cables, already stretched out to the max inside the still widening gaps… Boy, oh boy, major shit was about to hit the fan for sure, we thought! Suddenly, we had just returned into Fury-2’s wheelhouse, a loud metallic BANG! sounded, scaring us almost to dead…, and then immediately followed by another even louder one…! And we…waiting another couple of long, long minutes for final disaster to take place any split-second now. We were all staring very tensed out of the wheelhouse windows. Staring to that gigantic time bomb about to go off now any instant, peering into the dark, only dimly and because of the harsh shadowing spooky lit, Me with my hand hovering very close above the engine-controls already, the air-starter lever sharply adjusted, just one quarter of an inch away from the start position…the point of no return that is… However, nothing of the worst or else seemed to happen; so after waiting another couple of minutes, we went on deck again for investigation. Now we found out that two heavy 8” cast-iron valves, connecting both parts fore and aft from the main cargo-pump-line at amidships, were both broken in two pieces. Gasolin was still dripping out and gathering in the large and spreading puddles on the deck. The stench of gasolin fumes on deck and everywhere was almost suffocating by now. The ship was arched upwards now for more then 2 Ft, but luckily spread out equally over the whole length of the cargo sector. Both bow and stern part were clearly deeper down in the water now. In fact, the water had reached and flooded the outermost last part of the stern-deck, pushed down as it was by the heavy engine and other machinery, plus the only just the day before topped-up fuel and fresh-water tanks, and the whole weight of the living-quarters… Anyway, after this ‘longest night’ - the kind of night in which one is actually aging a little faster and more then the duration of nighttime itself - around 04.00 hours the tide was at the lowest level at last. Moreover, good old Mare was still in one piece! She was not losing more cargo then the rather little amounts that escaped still from her sweating rivets, evaporating instantaneously and continuously into the open air. As the tide slowly started rising again, the chilling suspense among the crew from Mare -and us (!)- eased slowly away in the same pace as the tension and stress on the badly beaten ships hull was decreasing slowly. But of course, it wasn’t really safe already, not yet for a few more exhilarating hours and events to happen… At a certain moment short before the break of dawn, the Skippers wife sneaked silently and quietly out from the wheelhouse of Fury-2, stepped over on Mare, and disappeared into the trustful and familiar surroundings of her own living-quarters. A few minutes later, I spotted her in the dark wheelhouse from Mare, with the doors and windows wide open because of the warm weather. She just lighted a candlestick in front of a statue from the Virgin Mary, the keeper from all sailors… Being ever so grateful, and thanking Her for Her protection and safe-keeping in those past hours of great danger and despair…! I stumbled out of my wheelhouse in her direction, my bare feet ever so slightly touching the deck or whatever in the greatest of possible haste, moving so swiftly as if in an almost supernatural elevated fashion… ”Pfff…Pfff… Please Madam. Please just wait a little while longer with that, if you please!” Despite of my so clearly showed - but so well meant - terrible lack of honor and very little respect for the Virgin Mary, everything worked out well for the Mare after all… One hour before high water, we made our towrope fast from Fury-2 on the Mare to keep her steady in de swift stream, only to prevent her from shifting her position with the current into a deep but inaccessible part of water behind the sandbank, and on the very top of high water she was floating again! Back on the deep again, the ships load-marks, three on each side, were neatly back in one perfectly straight line with the water surface. This beautiful element of Nature! H-2o! Water! With among her many other qualities, her great lifting power, so vitally needed by ships…and humanity! With great lifesaving elasticity and gently carried by the water again, the ships hull had reformed herself again in her good old, trusted and familiar shape. The shape and form in which she was been built, a rather long time ago... A younger, modern and all welded together - and therefore much more rigid - tanker would almost certainly would have had been broken in this situation. And on top of that, such a disaster takes only place after a gradually build-up from tremendous stress on the hull construction, rising slowly to a fatal height… Then very suddenly releasing all this build-up stress in one big, violent, steel tearing, breaking, and bending outburst of power. Large parts of heavy steel banging and rubbing into and against each other with great forces of pressure and velocity… Creating easily so as many hotspots and sparks … Changing the vessel instantly into one great bright ball of hellfire in such a case …and very probably us too in the process… We towed the Mare into a small harbor basin nearby, after which another tanker took over her cargo, and after she was empty and de-gassed, she could set course to a shipyard for making repairs. Noting of her electric systems on the forward was still working, because of the many stretched-out and broken connections in the various power, control, and data lines. And anyway, two 8” valves broken in half on a gasolin tanker aren’t a welcome sight either… You’ll better replace them too, being busy with repairs as you are already… And for us…? Next job please… However, this time one on large joyful waves and with lots of fine refreshing winds and some beautiful heavy rain maybe, if possible, yes? Because, we sometimes just love these wonderful forces of Nature! The End
February 03 RADARRadar-navigation From: “Salvers-Working on Water” (in Dutch). Copyright © 2004 Geert Theunisse To navigate correctly on Radar requires learning and gaining experience. In addition, the large Dutch estuary rivers are blessed in fall with a well known phenomenon called ‘fog’. And now I mean the sticky, dense wet soup in which one cannot find ones own ass with both hands and a searchlight to wipe it clean. Picture this for example: at six thirty in the morning, the sky is crystal-clear and ships, big and small, loaded and unloaded, all in a rush to make a days pay, start to move about, lifting anchors, hauling in moorings, ships engines already happily humming. At seven fifteen, when everyone is finally on his way, the thick white curtain goes down in only ten seconds. Then it starts: the sudden rattling of anchor chains again, at places were with clear view you never would find a skipper crazy enough to anchor. Not for a million bucks, he wouldn’t! On the VHF, those emergency anchoring maneuvers are immediately followed by these peculiar kinds of prayers to the strangest breeds of Gods, with a wide variety of hellfire, damnation, cursing, and some very complicated comparisons made by skippers among each other, about more specific names of parts of the human body from every gender, which I shall gracefully omit here. In about five minutes, the river is now speckled with radar-echoes big and small and everywhere. VHF ship-to-ship traffic-channels completely cocked-up with strange noises, faintly tickling ones oldest DNA particles of ones memory about those long forgotten secret and bloody barbaric ceremonies in the long gone far away dense woods of the evening land. And…rests assure: when there is a fog coming up quickly as this, the tide is falling, always! Therefore, in short, you must be one hell of quick learner, navigating by radar on these waters in fall, when you are called for by a desperate mayday, being just a rookie salvage captain! A real good lesson I received from River Master G. de B., at the time assigned to ‘RWS-Post Wemeldinge’. We were searching like howling madmen in the densest of a fog for a large “Eiltank” motor tanker with an evenly large tanker barge attached alongside, which unit had short before reported herself grounded – at falling tide of course – and from then had vanished from the radio channels. Afterwards, it turned out that after she hit the ground, the captain had started telephone frenzy with his owner, reason why we could not reach him no more. We, searching and searching along in great haste, staring ourselves silly in the radar screen and didn’t found shit! Until Ger called on the VHF, from twenty miles away: “Hey you dude, turn you ‘gain’ knob slowly back until your screen starts to look real empty!” Mind you about this Radar, onboard Fury-2 that time. This was an ancient DECCA set, filled up with glass radio valves, large and small (large mostly). It didn’t had ARPA you know, or VRM distance measuring, or a build-in compass, let alone GPS tracks, speed, ETA or what ever! Just a very long but still narrow CRT in a box, weighing about one Ton, with a thick fat sweep and some blurred rings on it, resembling only remotely ones average distances. Of course, DECCA is still around and much more sophisticated these days! Obeying little boys as we were, I followed his advice immediately and first of course, the weaker echoes disappeared from the CRT. Next, the contours from the coast vanished, followed by the jigsaw puzzle from nearby sandbanks and rims of reed fields and the like. Normally, you do just the opposite; adjusting your gain until you have a nice ‘full’ screen, with preferably all and every solid object on it, surrounding you in the soup! That’s the best method for not bumping into you fellow skippers - pissed off as they are already - and dumb immobile things as buoys, sandbanks, heavy dikes and so on, you know. But what was finally left on the Radar screen with the low gain? The “Eiltank”! A nice big rectangle shaped echo from this large chunk of solid steel from 100 by 19 meters, in the middle of (very) high grounds just starboard from the entrance of “Steenbergse Vliet”. On the ‘normal’ radar screen, this big solid echo was completely dissolved into the much larger echoes from the grass-covered high ground where she was sitting on. Strangely enough, this little river entrance, nicely trimmed with dense reed en tall grass, gives a far better echo on the screen then the massive stone-build pier from the Schelde-Rhine-Canal entrance, a few hundred meters more to the west, and the original but sadly missed destination from the “Eiltank” in the first place. Later, RWS deployed, for better recognition, a Racon buoy in front of that massive pier. (It’s a pity really, for some of us!) The German captain from the Eiltank had his destination into the Canal mixed up with the nice little river entrance – the one with the well-defined view on the screen – and banged fair and square on the floor of mother Earth and yelled very disappointed: “Ach scheiße! Verdammt noch mal. Falsch gemacht!” In the afternoon at low tide, a flock of sheep wandered around the gigantic steel intruder on their turf. Ships and sheep all safely on high ground… He really had it made, that German Captain! Later on, we learned a lot more of this little radar tricks and took advantage of it. Now I come to think of it… Ship, sheep, high ground…Noach?
|
|
|