Profiel van Geert TheunisseGeert Theunisse MaritiemFoto'sWeblogLijstenMeer Extra Help

Geert Theunisse Maritiem

Boeken, video en foto's Nu ook voordelige E-books! Zie links list!

Geert Theunisse

Beroep
Plaats
Interesses
Hi,
Er zijn 2 hobby's die ik het meest beoefen:
1) Alles wat met schepen, bootjes, het water en de zee te maken heeft.
2) Zoveel mogelijk de Nederlandse Overheid voor joker zetten, gewoon omdat ze dat verdient!
Bedankt voor je bezoek!
Een ogenblik geduld...
De reactie die je hebt ingevoerd is te lang. Maak hem iets korter.
Je hebt niets ingevoerd. Probeer het opnieuw.
We kunnen je reactie nu niet toevoegen. Probeer het later opnieuw.
Je hebt toestemming van je ouders nodig om een reactie toe te voegen Toestemming vragen
Je kunt geen reacties geven omdat je ouders dit hebben uitgeschakeld.
We kunnen je reactie nu niet verwijderen. Probeer het later opnieuw.
Je hebt het maximale aantal reacties overschreden dat je elke dag kunt versturen. Probeer het over 24 uur nog eens.
De mogelijkheid om reacties te geven is uitgeschakeld voor je account omdat onze systemen aangeven dat je spam naar andere gebruikers verzendt. Als je van mening bent dat je account ten onrechte is uitgeschakeld, kun je contact opnemen met de klantondersteuning van Windows Live.
Voer de beveiligingscontrole hieronder uit om een reactie achter te laten.
De tekens die je typt moeten overeenkomen met die in de afbeelding of het audiofragment.
15 maart

Klimaatgekte in het Darwin-jaar.

Klimaatgekte in het Darwin-jaar

 

Onze aarde ontstond vele miljarden jaren geleden puur toevallig uit de samenklontering van restpuin, stof en gloeiende gassen, overgebleven uit de geboorte van sterren en andere planeten. De toenemende massa en omvang verdichtte zich en werd door de toenemende zwaartekracht zo compact samengeperst, dat door de onvoorstelbare druk het binnenste vloeibaar werd en bleef tot in onze dagen, en waarschijnlijk nog lang nadat wij weer verdwenen zullen zijn.

Een gewelddadige periode volgde; inslagen van nog meer ruimtepuin waren aan de orde van de dag, enorme vulkanische uitbarstingen, aardverschuivingen en gigantische elektrische stormen in een zeer agressieve atmosfeer, beukten de gloeiend hete aarde in een geschikte vorm voor de volgende lange periode, de langzame afkoeling van het buitenste dunne laagje.

Deze afkoeling bevrijdde eindelijk het water, de zuurstof en andere gassen, en samen brachten die het leven. Het leven verliep in het begin vrij simpel: eencellige planten en dieren ontstonden, het eerst in het water, deelden en verspreidden zich, gingen deels aan land, werden gedurende enkele miljoenen jaren complexer en steeds talrijker.

Uiterst langzaam evolueerde het leven naar hogere niveaus; planten werden rijker in variatie en in grootte, het dierlijke leven op het land en in het water evenzo. Reusachtige dieren ontwikkelden zich door overdaad aan voedsel en stierven vervolgens weer uit door hongersnood toen de aarde weer eens getroffen werd door een stuk rots uit de ruimte en door die inslag zoveel stof onze zon verduisterde dat het vele jaren lang winter werd zonder zomer, waardoor flora en fauna, vooral op het land, ernstig te lijden hadden. Afwisselende extreme ijstijden en warme perioden waren trouwens altijd al talrijk, maar de evolutie ging telkens na zo'n terugval toch door; andere soorten planten en dieren verschenen onder deze gewijzigde, voor hen nu kansrijke, omstandigheden en gedurende honderdduizenden jaren ontstond wederom een ongekende rijkdom in soorten en aantallen.

Deze perioden van tropische warmte en ijstijden wisselden elkaar af op grote delen van het droge land, dat op het vloeibare binnenste der aarde immers steeds in beweging bleef, uit elkaar dreef, zich op andere plaatsen verenigde, soms onder water verdween, dan weer opdook en weer scheidde.

Een zeer dynamische, voortdurend evoluerende wereld derhalve, met een rijke bewoning van plantaardig en dierlijk leven. Ontelbare levensvormen ontwikkelden zich, bleken al dan niet succesvol, ontwikkelden zich verder of stierven uit; een continue opvolging van geboorte, leven en dood in eindeloze herhaling gedurende vele miljoenen jaren tot de huidige dag.

 

In de tijdschaal van de ontwikkeling van de aarde: van een gloeiende, half vloeibare hel tot de waterrijke, blauw/groene planeet van nu, verscheen nu enkele minuten geleden een diersoort die zich onderscheidde van de rest: de mens. De mens kon redeneren, vooruitzien en onthouden; allemaal faculteiten die wijzelf niet kunnen ontdekken bij onze medebewoners der aarde. Dat ligt niet aan hen, maar aan ons nog steeds gebrekkig inzicht in het geheel van het leven hier.

De gehele geschiedenis en evolutie der wereld en haar bewoners, tot het moment van de eerste – nog zeer primitieve – mens, heeft zich voltrokken zonder diens inbreng of bemoeienis, welke dan ook. Het gebeurde en gebeurt gewoon!

 

De heer Darwin nu heeft zijn gehele vruchtbare leven en - door optimaal gebruik van bovengenoemde faculteiten - logisch denkvermogen besteed aan het fenomeen van de evolutie op deze dynamische aarde en vooral van haar bewoners. Hij maakte in zijn – op evolutieschaal onmeetbaar korte – verblijf hier een momentopname van de ontwikkelingen tot dan toe. Maar die ontwikkelingen gaan nog voortdurend door, zullen geen einde nemen. Er zal nooit een moment komen waarop de aarde ‘klaar’ is, of ‘af’ zal zijn. Soorten flora en fauna zullen blijven uitsterven of verder ontwikkelen, en geheel nieuwe soorten komen dagelijks erbij. Klimaten, en daarmee samenhangend flora en fauna, zullen zich steeds wijzigen, deels door de grote invloed van onze zon, deels door het dynamische binnenste van de aarde zelf. De laatste tekent immers voor de talrijke vulkanen en de ‘Platen tektoniek’. De Pacific Ocean wordt steeds smaller en de Atlantic Ocean wordt steeds breder; gemeten in zelfs onze belachelijk korte beschikbare tijd!

 

Het is dan ook nogal arrogant en aanmatigend van ons – kakelverse nieuwkomers – om te denken dat wij hierop ook maar enige invloed - goed of slecht - kunnen uitoefenen op een schaal die deze voortdurende evolutie werkelijk zou kunnen beïnvloeden. De periode dat de mens de technische revolutie en grootschalige industrialisatie onwikkelde is op wereldtijdschaal nog maar enkele seconden bezig.

De huidige ‘Klimaatgekte’ kan dan ook alleen maar worden gezien als een dankbaar middel tot massabeïnvloeding, en natuurlijk een bron van inkomsten voor de predikers van doem en verderf; bijvoorbeeld Al Gore, met zijn ‘Carbon Tax’ en zijn volgelingen.

Na het ‘Terrorisme’, zijn doemscenario’s over ‘Klimaatverandering’ de favoriete speeltjes van het gros van ‘de Media’ en onze leiders; prachtige onderwerpen om de mens in angst en onzekerheid, en dus ‘beter handelbaar’ te houden.

 

08 januari

Post uit Antwerpen

To:

Geerttheunisse@yahoo.com

Subject:

Bergers - Werken op Water

Date:

Fri, 16 May 2008 17:39:44 +0200

 

Geachte heer Theunisse,

Dank zij U zit ik nu met een houten kop en een tekort aan slaap. (Hoe komt het toch dat beide me ook aan vroeger deden denken?). Ik grabbelde dat boek thuis mee voor de reis om op het vliegtuig te lezen en ja, het was de moeite die eerste hoofdstukken. Bekend vaarwater, ook een aantal bekende namen van kennen en horen zeggen. Interessant werd het bij de berging van de twee mijnenvegers.

 

Ik zat in de bar van het hotel in St. Petersburg nam een bruine Bacardi en verdiepte mij in je wedervaren. 8 Bacardi’s en 4 uur verder was het boek uit, sloot de bar en waren de locale hotelbarhoeren zwaar gefrustreerd omdat ik meer interesse toonde voor je boek dan voor hun tentoongestelde schoonheid. Blijkbaar konden ze mijn lachen niet altijd waarderen. Vandaar ook de houten kop. Het is lang geleden dat ik nog op zulk een manier een boek gelezen heb.

 

Waarom schrijf ik U?

Ten eerste, er komen verschillende namen in voor die ik ook heb gekend.

Ten tweede, het is een vaargebied dat ik enige malen doorkruist heb, zowel in de beroepsvaart als nu met mijn zeiljacht.

Ten derde, omdat ik een immens respect heb gekregen voor U en uw collega’s, de bergers die met kleinere, zelf goed uitgedachte boten meer werk verzetten dan de grote broers.

De sterkte van een sleepboot zit tussen de oren van de schipper wist me ooit iemand te zeggen. Dhr. Bil D’Hondt, Kapitein van de Onrust, was voor mij de aanzet en het begin van mijn loopbaan en de aanzet om terug naar school te gaan en mijn rangen te halen. Nadien heb ik wereldwijd als stuurman en kapitein gevaren op sleepboten zoals de Union-1, Suhaili, etc. Echter het zeemanschap dat ik in korte tijd op de kustsleep en bergingsboten geleerd heb is voor mij van vitaal belang geweest voor mijn carrière .

 

Waarom vertel ik U dit?  Wel ik vermoedt dat U niet stil kan zitten en dat er nog wel een boek komt of zo; laat het mij weten, ik heb er nog wel een houten kop voor over.

Ach, misschien lul ik te veel maar ik wou je gewoon toch even de groeten doen en mijn erkenning uitdrukken .

 

Vriendelijke groeten,

Patrick,

Antwerpen, Belgium

19 november

De Waardencatalogus der Overheid

De Waardencatalogus van de Overheid

 

Weer een voornemen van Balkenende cs. dat nergens op slaat.

 

Verantwoordelijk burgerschap?

Zelf eerst, jongens en meiden van de regering; je weet wel, het goede voorbeeld en zo. Verantwoordelijk burgerschap vragen en zelf herhaaldelijk op de meest grove wijze onverantwoord handelen, gaat nooit werken, stelletje huichelachtige flapdrollen!

 

Anoniem schelden op het Internet?

Wie? Ik niet! Bijna 30 jaar lang bedonderd en aan het lijntje gehouden worden door jullie is lang genoeg om iedereen, ook mij, kwaad te maken. Ik wens jullie allemaal openbaar en voor iedereen leesbaar dan ook een pijnlijk en roemloos einde toe, hoe sneller hoe beter.

 

Respect voor de Politie?

Bijna 30 jaar geleden HAD ik respect voor de Politie! Een enkel telefoontje van de Politie toen was voldoende voor mij om voor hen de kooltjes uit het vuur te gaan halen, met als dank voor mij een onafzienbare stroom van ellende.

 

De overheid een blusdeken?

Dit is grandioze zelfoverschatting, jullie criminele clubje is helemaal geen blusdeken, jullie zijn een verstikkend, bemoeizuchtig, geldverkwistend groepje grootgraaiers, hoogstens al jullie eigen falen en knoeien bedekkend met ‘de mantel deken der liefde’ intussen met het moraliserende vingertje naar de burger wijzend.

 

Flikker toch op met je catalogus!

21 oktober

Boeken kopen?

Centraal Boekhuis stopte met "Boek op Verzoek".
 
Inmiddels is het Centraal Boekhuis te Culemborg onverwacht gestopt met het produceren van boeken voor kleine schrijvers/uitgevers en werd ook mijn POD-contract met het CB. eenzijdig en nogal abrupt door hen beeindigd.
Dat is niet handig voor ons schrijvers omdat vrijwel alle boekhandels, ook grote als Ako, Amazon, Bol.com enz, uit pure gemakzucht hun gehele inkoopkeuze overlaten aan het CB, die op haar beurt alleen de grotere uitgevers bedient. Dat heeft weer als gevolg dat vele schrijvers, zoals ik, niet in staat om de belachelijk hoge opslag- en distibutietarieven van het CB te betalen, ongeveer onzichtbaar blijven voor het grote publiek.
Jammer dus...voor U en mij.
Maar een goed boek kopen, uit de ruime keuze die ook buiten het CB aanwezig is, blijft natuurlijk zeer wel mogelijk, gewoon even mailen, bijvoorbeeld aan:
 
 
NocureOrkanenReisBergersEndeavour
 
 
12 juli

Eindelijk !

ssatire100

Eindelijk gaat het gebeuren! Minister Hirsch Ballin gaat de grote criminelen hun rijkdommen afpakken. Het werd tijd...te beginnen met de Oranjes natuurlijk. 114 miljoen per jaar voor dat zootje ongeregeld. Het is toch te gek voor woorden! Afromen tot op het bot en dan over de grens schoppen, die grootgraaiers. Lul Balkenende kan niet beantwoorden hoeveel de Oranjes per jaar kosten, dus heeft een Belgische specialist dat maar voor hem gedaan.

 

 
 

Beste Pieter

 

Beste Pieter,

Zojuist gelezen/gehoord dat je af ziet, (moet zien!)  van je hulp aan Fred Spijkers (voor meer info o.a. de site www.eenmantegendestaat.nl ) Dit, zo begrijp ik onder dwang van Lul Balkenende.

Op bijgaande foto zie je er best wel strijdbaar uit, vind ik.

Doe ons allen een groot plezier en voeg op twee manieren de daad bij dit beeld.

Figuurlijk: Laat Lul Balkenende, op de andere foto, weten dat hij de pot op kan en ga door met een van ons verschoppelingen – klokkenluiders over Overheidsmisdragingen – de helpende hand te reiken.

Letterlijk: geef bij eerste gelegenheid en uit naam van ons allen Lul Balkenende een hengst met die hamer!

Alvast bedankt!

vollenhoven_anp_332026dbalkenende

09 mei

Hoogwaardigheidsbekleders en andere leugens.

Hoogwaardigheidsbekleders en elite, de meest misbruikte woorden in de media.

Neem nu de dodenherdenking: daar staat en zit dan het zootje ongeregeld, dat meent het voor het zeggen te hebben in Nederland, plechtig te kijken en te luisteren naar wat voorbij komt, terwijl sinds hetgeen we geacht worden te gedenken de wereld geen dag, geen minuut zonder oorlog is geweest, dankzij diezelfde hoogwaardigheidsbekleders en elite. Natuurlijk, het stokje werd sindsdien enkele malen doorgegeven, dus de gezichten zijn steeds andere, maar het blijft allemaal lekker in dezelfde club van ‘ons kent ons’. Ik wordt daarom een beetje ziek van de titels die door de media steeds aan dat soort volk gegeven wordt. De koningin, hoofd van het duurste en meest overbodige huishouden van Nederland, staat te kijken met dezelfde verveelde blik in haar ogen als altijd; een vleugje minachtend ook, denkend aan haar onaantastbare positie in de Bilderberg-groep. Haar oudste zoon in een oogverblindend en ook volkomen betekenisloos operettekostuum, met volstrekt lege blik starend in rijke (junta)verten, onbereikbaar voor het omringende gepeupel.

Trouwens, ik stuurde hem - en zijn moeder - een jaar geleden een boek van mijn hand, als cadeautje, natuurlijk ook in de hoop dat ze er iets uit zouden oppikken over mijn onvrede met hun manier van (non)regeren, maar wat denk je... geen woord, geen bedankje, niks. Die druiloor in zijn apenpak is net 41 jaar geworden, je zou toch zeggen dat zo iemand dan toch onderhand wel goed genoeg is opgevoed om tenminste een bedankmailtje te doen, maar niks hoor. Van zijn moeder trouwens ook niet.

Dan de regeringsploeg; ach, wat een echec, Balkenende en de rest; als er een, maakt niet uit wie, zijn bek open doet komt er een leugen uit, gewoon, volautomatisch. Ons land via een EU Grondwet die geen Grondwet mag heten, verkwanselen aan een ambtenarenmaffia te corrupt om met z'n allen het licht van een dag te verdragen. Nederlandse soldaten met een volstrekt onmogelijke opdracht naar de andere kant van de wereld sturen omdat we toch zo graag als onbetekenend kutlandje De Hoop Scheffer als VN-baas wilden zien en Balkenende zonodig in het Witte Huis bij Bush in z'n reet wilde kruipen...die alleen maar een dikke olie/gaspijp in Afghanistan wil, plus de recordoogsten aan papaver beschermen en verder niks. Och, och, och, wat voelden we ons belangrijk!

Daarom, niks meer hoogwaardigheidsbekleders en elite, niks meer hoogachtend, laat staan hoogheid, majesteit of excellentie; noem ze voortaan voor wat ze zijn: een stelletje leugenaars en profiteurs, ja, inderdaad een laagwaardige soort. Een eerlijke hardwerkende vakman is tien keer hoogwaardiger.

 

29 maart

FITNA

Fitna viel me tegen; er zijn indringender woorden en beelden aan te dragen om dat verdoemde boek te duiden.
Maar wat alles slaat is de kruiperige, slijmerige reactie van de Nederlandse overheid, die zich eerst al onsterfelijk belachelijk maakte met haar wereldwijd verspreide kreten van afkeuring, onmacht en waarschuwing nog voor iets van de inhoud bekend was.
De walgelijke, hypocriete houding van de Haagse 'Heren' tegenover de bebaarde olieboeren van de wereld is werkelijk zum kotzen.
Ze hebben werkelijk alles gedaan om een volstrekt legitieme uiting van meningsvrijheid van nota bene een wettelijk gekozen Volksvertegenwoordiger de grond in te boren en te beknotten nog voor deze dit onvervreemdbare recht van de mens had kunnen uitoefenen.
Lul Balkenende, een goede raad: Treed niet gewoon af, maar spoel jezelf door de plee!
 
20 maart

DISCLAIMER....

DISCLAIMER
"Tweede-Kamer der Staten-Generaal. Prrt...prrt...
Prrt...prrt...www.tweedekamer.nl...prrt...
Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend...prrt...
Dit elektronische bericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde.

Als u dit bericht per abuis hebt ontvangen, wordt u verzocht het te vernietigen en
de afzender te informeren. Wij adviseren u om bij twijfel over de juistheid
of de volledigheid van dit bericht contact op te nemen met afzender... Hè...?
Wat? Prrt...prrt...Er zit storing op de lijn!...Wat zei u?... Zei u nog wat? Prrt...
Onze real-time verbinding met de echte wereld is zeer slecht, weet u! Prrt...?"

"FUCK YOU!"

"O...prrt."

 



De Haagse Zwendelaars

De Haagse zwendelaars

 

Uit “No cure-no pay contra de staat der Nederlanden”.

 

Naschrift uit “De teloorgang van het Recht”.

 

Deze kwestie is mijn toetssteen geworden. Het is mijn lakmoesproef, toe te passen op alle doen en laten in woord, beeld en geschrift van ‘Den Haag’. Daar heb ik niet om gevraagd. Dat is mij opgedrongen. Het is ook nogal triest, omdat nu nog slechts zeer weinigen deze proef doorstaan.

Het is nu mijn vaste overtuiging dat de veelgenoemde ‘verloedering van de samenleving’ en het gemis aan ‘Normen en Waarden’ altijd ‘bovenaan’ begint, waar dat dan ook is. Dit is ook volstrekt logisch. Denk maar aan de voorbeeldfunctie van de Overheid, die de heer Boris Dittrich (ook een ex-rechter) onlangs haperend en verlegen voor TV aanhaalde, tijdens die helaas zo kortdurende ‘hype’ over diezelfde verloren gegane Normen en Waarden.

Die overtuiging is bij mij gegroeid naarmate het ene schandaal na het andere in deze zaak zich ontvouwde en opstapelde en vervolgens straal genegeerd werd. Dit heeft veroorzaakt dat ik geen krant meer kan openslaan of Tv. beeld/geluid meer kan zien/horen waarin het Haagse gespuis figureert, zonder onmiddellijk over te gaan tot vergelijken. Vergelijken van de realiteit die ik heb ondervonden met wat er te zien, te horen en/of te lezen valt.

 

Ik heb nu zoveel verschillende Staatsinstituten en Staats-aangestelden tevergeefs benaderd voor zelfs maar enige aandacht voor deze kwestie dat deze vergelijkingen steevast in hun nadeel uitvallen. Dit is gewoon een ervaringskwestie. Alles, maar dan ook alles, wat daar in ons Regeringscentrum gezegd, getoond en geschreven wordt is voos, onwaarachtig, schijnheilig, dubbelzinnig, ongeïnteresseerd en vals. De credo’s daar zijn eerst het eigenbelang, dan het heilige ego en op de achtergrond vooral nog wat partijpolitiek, als het zo uitkomt. Het belang en het Recht van de Burger komt niet voor in die credo’s. De enkele idealisten die daar nog in de catacomben rond dwalen sluit ik van dit oordeel uit. Zij streven slechts onvervulbare dromen na, en zijn daardoor zo gepreoccupeerd dat zij aan de reële problemen van de burgers niet toe komen. Maar ook zij zwijgen dus...

 

Maar het is ook nog steeds mijn vaste overtuiging dat de Wet werkt, beter gezegd, kán werken. De intentie der Wet is per definitie zuiver, de Rechten van mensen dienend en beschermend. De Wet is immers voortgekomen uit het Rechtsgevoel van de wél goedwillende mensen.

Echter, onder de kwalijke invloed van herhaaldelijk falende mensen op alle gezags- en bestuursniveaus’s werkt de Wet veel te vaak alleen van ‘boven naar beneden’, niet andersom… Zodra de Wet toegepast moet gaan worden om het Recht van de gewone burger te beschermen tegen grove inbreuken van ‘bovenaf’, wordt het erg moeilijk. Vaak gaat dan het Recht verloren in manipulaties en machinaties van de Wet, bedacht en uitgevoerd door de duistere krachten ‘van bovenaf’.

Rechten tegen de Staat wordt dan voor de gewone burger een schier onmogelijke opgave. Op een zeker punt moet de burger zijn recht gaan kopen. Dat gebeurt dan door de inschakeling van een advocaat. Rechten tegen de Staat wordt dan een onbetaalbare utopie. De Staat put immers uit ongelimiteerde bronnen van belastinggelden om haar juristen en Landsadvocaten te blijven betalen, tot de arme sloeber van de tegenpartij het heeft laten afweten, óf omdat hij zijn advocaat niet meer kan betalen, óf doodgaat van ellende. Daarom ook kon mr. Gratama al in 1980 zelfverzekerd en bij herhaling tegen mij roepen: “Gaat U toch naar de Rechter, mijnheer Theunisse, dan zal ik U wel krijgen!”

De wegen die voor rechtsbijstand gelden in ‘normale’ geschillen, gelden niet in een gevecht tegen de Staat omdat geen enkele advocaat daaraan begint op een toevoeging, of überhaupt in touw mag gaan van een rechtsbijstandsverzekering. En gelooft u mij, als ik beweer dat ik gezocht heb naar zo’n wonder. Dat die en deze falende mensen er zijn is hen niet te verwijten. Daar zijn het mensen voor. Wat hen te verwijten valt is dat zij – die zeer zeker beter weten – zonder een spoor van de toch zo gepaste en zozeer gewenste bescheidenheid trachten de valse schijn op te houden. Zij, die met gezwollen woorden, hoogbureaucratische en juridische terminologie en zalvende uitspraken staan te verkondigen dat zij de wijsheid in pacht hebben.

 

Zij, die met steeds meer concessies uit onmacht en vergoelijking en/of negeren van de eigen tekortkomingen de Wet - en daardoor de samenleving zelf – zo complex en ondoorzichtig hebben gemaakt, dat de kwaadwillende mensen vrijwel niets meer in de weg gelegd kan worden in hun veronachtzamingen van het Recht en de Wet.

 

Zij, die dag in dag uit in woord en beeld verschijnen en in dure woorden niets zeggende gemeenplaatsen verkondigen, onbetekenende vaagheden opsieren met een plechtig gezicht en gedragen stemgeluid, en beloften verkondigen over hun eigen kunnen, waar de onmogelijkheid bij voorbaat van afstraalt.

Zij dus, die het wel eens even allemaal zullen regelen voor de burgers en daarvoor ook zijn verkozen cq aangesteld. Dezelfden die intussen de ene ramp na de andere veroorzaken, waarin de Rechten van mensen met voeten worden getreden en teloor gaan...

In de echte wereld – zie de foto – bestaat geen behoefte aan dergelijk gedrag. Ons bestaan in de realiteit van alle dag is al enerverend genoeg.

Antwerpen, 20 december ‘03

  

 

2200-Ton-F2

07 januari

Eis tot schadevergoeding

 

Uit "No cure-no pay contra de Staat der Nederlanden".

-EIS tot schadevergoeding van G. Theunisse- 

 

1) Dat door Eiser in het verloop dezer kwestie voldoende nieuwe elementen in de zaak werden ingebracht om alsnog een herzien besluit te rechtvaardigen en gelasten. Dat Eiser derhalve recht en belang heeft bij een nader oordeel.

 

2) Dat Eiser alleen al om die reden inmiddels de vrije beschikking over een geldig Nederlands paspoort werd terug gegeven, met welke actieneming de Staat aantoonde dat het aan Eiser onthouden van een paspoort onterecht was.

 

3) Voor illegaal, onwettig en onrechtmatig te verklaren: de gehele gevolgde procedure in en rond de verkoop door de Staat van het door Eiser, dd. 23 t/m 25 september 1979, geborgen schip. Te weten: het Ms. Magdalena, (Mi-Amigo).

 

4) Voor onwettig en onrechtmatig te verklaren: het gehele handelen van de Staat, resp. van de Landsadvocaat in de zaak van de Getuigenverhoren.

 

5) Voor nietig en onwettig te verklaren: de benoeming, de gevolgde procedure, alsook het advies van de eerste bindend adviseur, welke adviseur onder valse voorwendselen door de Minister van Justitie werd voorgedragen. Tevens te oordelen: dat de Minister van Justitie, door zijn handelen als in deze is geschied, bewust Eiser, alsook de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft misleid.

 

6) Voor nietig en onwettig te verklaren: de gevolgde procedure, alsook het oordeel van de Nationale Ombudsman, voor zover gemotiveerd met en door de argumenten en gebaseerd op het nietige advies van de eerste adviseur. Tevens te gelasten, dat alle onderzoeksresultaten uit deze gevoerde procedure alsnog geopenbaard worden en aan Eiser medegedeeld, nu de maatregel van de Nationale ombudsman om aan zijn onderzoekers ook tegenover Klager een spreekverbod op te leggen, onwenselijk, onnodig en ook onrechtmatig was. 

 

7) Te gelasten, dat Theunisse inzage zal krijgen in de zaak van de bemoeienis van ‘mevrouw Papavoine’ en tevens in de zaak van het ‘zakelijke’ voorstel van ‘de heer Kristallijn’.

 

8) Voor nietig en onwettig te verklaren: de benoeming, de gevolgde procedure, alsook het advies van de tweede adviseur, voor zover gemotiveerd met en door de argumenten en gebaseerd op het nietige advies van de eerste adviseur en de argumentatie in/en het nietige oordeel van de Nationale Ombudsman.

 

9) Toe te wijzen: alle schade zoals door Eiser werd geleden, werd berekend en voorgelegd aan de Staat, en deze schade te vergoeden vanaf 23 september 1979 tot de dag der algehele voldoening, zoals navolgend opgesomd:

A) Met inbegrip van alle kosten van Juridische bijstand.

B) Met inbegrip van alle bedrijfsschade, inkomensderving en verleturen.

C) Met inbegrip van alle bijkomende kosten als porto, telefoon, correspondentie en reiskosten tot medio 1988.

D) Met inbegrip van de samengestelde rente over deze bedragen, te berekenen op basis van bedrijfskapitaal-rendement als op pag. 4/5, tot de dag der complete voldoening, vanaf de data dat deze bedragen door Eiser aan de Staat bekend gemaakt werden en ten onrechte genegeerd c.q. ten onrechte afgewezen werden, in en/of buiten de hierboven genoemde nietige procedures. 

E) Met inbegrip van alle kosten en schade welke door Eiser vanaf nov. 2000 zijn gemaakt, resp. geleden. 

F) Het aldus verkregen totaalbedrag te verminderen met de marginale, wél door de Staat betaalde bedragen.

 

10) Toe te wijzen: het maximaal mogelijke bij Nederlandse Wet toegestane bedrag aan immateriële schade-vergoeding 

 

11) Te oordelen, dat op niet een der punten 1 t/m 9 enige verjaringstermijn van toepassing is.

 

12) Te oordelen, dat Eiser, op het moment dat hij trachtte de zaak wél finaal te regelen - door de uitstaande schuld van de Staat aan hem te compenseren met een vordering op hem van ’s Rijksbelastingen - hem in redelijkheid geen andere mogelijkheid meer resteerde dan enige, thans deze, vorm van zelfverdediging. Tevens te oordelen dat Eiser desondanks in zijn zelfverdediging de gepaste terughoudendheid heeft betracht.

 

13) Te oordelen: dat de Staat desondanks tot de dag van heden onterecht doof en blind bleef voor de belangen van Eiser. Dat de Staat in deze zaak de schuldige en daarvoor te veroordelen partij is. Dat de Staat als veroordeelde partij thans geen recht noch belang meer heeft van Eiser eventueel meer te vorderen dan het eventuele nettobedrag der afrekening van “Stakingswinst”, een en ander volgens de brief van Eiser aan de Inspectie der Belastingen te Roosendaal, dd. 23-07-1996; over welke belastingvordering de Staat onmiddellijk na de uitvoering van deze bij voorraad uitvoerbare uitspraak door met Eiser in overleg te treden, overeenstemming zal trachten te bereiken.

 

14) Van toepassing te verklaren: de regel van “compensatie van belastingschade” op het totaal der toegewezen en door Eiser ontvangen bedragen, resterende na de afrekening zoals bedoeld in 13).

 

                          -SCHADEBEREKENING-

 

Uitgaande van een aanvangsbedrag aan materiële schade van f 300.000-, lopende van mei 1988 tot heden, 1 januari 2005. De voorberekening is op basis van samengestelde rente en uitgaande van een gemiddeld percentage van 7 %. Beginstand mei 1988. 300.000- plus rente over 7 mnd. is:

Eindstand  dec. ’88 = f 312.250-

 

Jan. ’89 312.250-  over 12 mnd.   '89 = 334.108- 

’90 334.108-                                  ’90 = 357.494-

’91 357.494-                                  ’91 = 382.519-

’92 382.519-                                  ’92 = 409.294-

’93 409.294-                                  ’93 = 437.945-

’94 437.945-                                  ’94 = 468.598-

 

Indien het aanvangsbedrag tot einde 1994, (bedrijfsoverdracht) op de normaal gangbare wijze in het bedrijf had kunnen renderen was de opbrengst ten minste het dubbele geweest: 14 %. Een redelijk aannemelijk gemiddeld bedrijfsrendement in deze branche is 15 %.

Einde 1994 zou dan het schadebedrag f 468.598- x 2 = f  937.196- zijn geweest.

De over de volgende jaren tegen wettelijke rente, (aangenomen 7%) voortgezette berekening wordt dan:

December 1995        f 1.002.780-

     1996                     f 1.072.996-

     1997                     f 1.148.105-

     1998                     f 1.228.473-

     1999                     f 1.314.466-

     2000                     f 1.406.478-

     2001                     f 1.504.932-

     2002                     f 1.610.277-

     2003                     f 1.722.997-

     2004                     f 1.843.606- 

     2005                     p/m

 

Noot 1): De geclaimde immateriële schade bedroeg per mei ’86 f 200.000-. Deze werd door de Staat afgewezen, c.q. genegeerd. Dit bedrag is dan ook niet opgevoerd, noch rente over berekend. Per heden is deze claim verhoogd tot het maximum bij Wet toegestane bedrag. 

 

Noot 2): De voorschotbetaling ad f 20.000-, dd. mei 1988, (Nietig bindend advies van Prof. Brunner) is verrekend met de kosten van juridische bijstand plus de eigen kosten van mei ’88 t/m juli ‘96.

 

Noot 3): Berekening eventueel te corrigeren voor het werkelijke jaarlijkse percentageverloop der wettelijke rente vanaf dec. ’88 tot heden, (actueel is 7,82 %).

 

Noot 4): Indien deze cijfers ongestoord en op de normale wijze gerealiseerd hadden kunnen worden, zou een en ander ook hebben doorgewerkt in alle jaarresultaten vanaf 1979, waarvan speciaal de laatste 5 jaren vóór de overdracht van groot belang waren bij de waardebepaling van het bedrijf en waarvan de jaarstukken dienden te worden overgelegd aan de koper, vóór de verkoop per 31 dec. 1994 kon plaatsvinden.

 

De verkoopprijs zou dan hoger mogen zijn geweest, het vreemd vermogen zou lager zijn geweest, (meer aflossing) en dus zou het resterende bedrag na aflossing der bankschuld ook hoger zijn uitgevallen. Dit was van groot belang voor het eigen vermogen, pensioenvoorziening etc.

 

Schade in hoofdsom per 1 januari ’05       =  f 1.843.606-

Onnodig betaalde bankkosten                    =  f    100.000-

Immateriële schade                                     =  f    600.000-

Inkomensderving  2001 – 2004                  =  f    240.000-

Inkomensderving 2005 p/m…………………………………….

Rente 2005 p/m………………………………………………….

Totaal per 1 januari 2005 ex p/m            =  f 2.783.606-

 

Noot 5): “p/m” nader te berekenen tot datum van uitvoering vonnis.

 

Noot 6): Het spreekt vanzelf dat daarna de “vrijwillige” afrekening van stakingswinst met de fiscus zal dienen te volgen, analoog aan punt 14) op voorgaande pag.3.

 

Noot 7): Ter staving van deze berekening mag deze worden toegepast op de gerealiseerde omzet van 20 jaren in (Prod.29) bij een aangenomen bedrijfsrendement van 14 %, waarbij dan zal blijken dat een ongeveer gelijk resultaat wordt bereikt. 

 

Of een totaalbedrag dat U in goede justice zal vermenen te behoren.

 

 


 

 

05 november

Haagse spelletjes-3

Uit: “No cure – no pay Contra de Staat der Nederlanden”

 

 

Tijdens mijn vele ontmoetingen met die ongelofelijke knuppels daar op het Ministerie van Justitie, zei ik eens het volgende, in verband met de indruk die ik inmiddels had over hun bestuurlijke en morele kwaliteiten: “Als jullie nou eens met z’n allen naar de Scheveningse gevangenis gaan, en je laat die gasten daar allemaal eruit. Jullie gaan daar zitten en hun stuur je hier naar toe. Weet je wel dat er dan geen zak veranderd in dit land!” Ik heb daar nu achteraf veel spijt van. Het was mijnerzijds een ernstige kwalitatieve onderschatting van de echte bewoners van dat Huis in Scheveningen...

Naar de vaste overtuiging van uw verteller is het daarom tussen Prof. Schadee en de Staat, vóór het gesprek wat ik met de Minister van Justitie had, aldus gegaan:

 

“Ah, mijnheer Schadee, Job de Ruiter hier. Alles goed met U? Fijn, fijn!

Zeg, nu ik U toch spreek, wij zitten hier met een overigens volkomen onbetekenend akkefietje over de berging van een schip, dat echter nu enigszins gierend uit de klauwtjes dreigt te denderen.

Oh, U hebt er al van gelezen. In het Vrije Volk, zegt U. Én in de Haagse-Post, zozo. Óok in de Nieuwe Revue én in Elzevier… Tss. Toe maar! Juist ja, dat gevalletje bedoel ik. Ja, een boel gezeur, hè, met die ambtenaartjes en een gedoe met al die kamervraagjes en zo. Tut, tut!

Zodadelijk wordt ik nog in de Tweede-Kamer ontboden, dat ontbreekt er nog aan! Jaja, ik in politieke moeilijkheden, haha! Gekker moet het toch niet worden. Je moet ook onderhand alles zelf doen. Als je even niet toekijkt, maken ze er weer een zootje van. Dat houdt U niet voor mogelijk!

Ziet U toevallig kans hier voor ons een acceptabel einde aan te breien? Ik bedoel, het mag best wat kosten. Daar ontkomen we toch niet meer aan. Maar als U het ‘gedoe’ aan onze kant een beetje zou kunnen omzeilen, zou dat voor ons erg prettig zijn. Wel, ik bedoel dat gesol met dat schip na de berging, en dan nog wel onder beslag en zo.

Ja, ja. Ik wéét dat het stomme streken waren, die er zijn uitgehaald! Maar het geval ligt er, JA? Wat kunnen we er aan doen? Dát vraag ik U!

Sorry, Neenee, ik schreeuw niet tegen U, excuus nogmaals…

Ja, denkt U? Dat zou erg fijn zijn, zeer verplicht, alvast bedankt.

Ja, ja hoor, ik ontvang die Theunisse voor een kletsgesprekje, waarin ik U voor-draag als Adviseur. U doet daarna Uw trucje en dan komt het allemaal prima voor elkaar. Erg fijn, hoor, dank U wel, nogmaals!

Nog een prettige dag verder.”

14 oktober

Haagse spelletjes 2

Uit “No cure-no pay contra de Staat der Nederlanden”

 

Ministerie van Justitie

Aan de Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Uw brief: 3 maart 1982. Ons kenmerk: Nr. 350/382.

Onderwerp: Staat/Theunisse (Mi-Amigo).

Datum 31 maart 1982

Naar aanleiding van uw verzoek nadere inlichtingen te ontvangen omtrent de in het schrijven van Het Vrije Volk van 1 maart 1982 aan de orde gestelde aangelegenheid bericht ik u het volgende. De berging van het M.S. Magdalena (het illegale zendschip Mi-Amigo), dat enkele dagen voor 23 september 1979 nabij Goeree was gestrand, heeft aanleiding gegeven tot een geschil tussen G. Theunisse te Dintelsas en de Staat over het aan Theunisse verschuldigde hulploon. Nadat gebleken was dat geen overeenstemming kon worden bereikt over het aan Theunisse te betalen hulploon, is overeengekomen in deze zaak een bindend advies te vragen. De opdracht daartoe is neergelegd in een gezamenlijke brief dd. 17 september 1980 van de landsadvocaat en Mr. Fleskens, de raadsman van Theunisse, aan Mr. H. Schadee te Rotterdam, waarin zij hem hebben verzocht “te bepalen op welk bergloon Theunisse gezien zijn werkzaamheden in verband met de berging van de Magdalena aanspraak kan maken, alsmede welke kosten wegens rechtskundige bijstand, daaronder begrepen die gemaakt zijn in de periode voorafgaand aan het bindend advies, in redelijkheid aan Theunisse vergoed dienen te worden.”

Bij een als voorlopig aangeduid bindend advies, gedateerd 27 mei 1981, heeft Mr. Schadee de Staat geadviseerd aan Theunisse een hulploon uit te keren van f 50.000-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 9 oktober 1979 af Het aldus vastgestelde bedrag is aan Theunisse betaald. Nadat Theunisse overeenkomstig het verzoek van Mr. Schadee gegevens had verschaft met betrekking tot de overige punten waaromtrent het advies van Mr. Schadee was ingeroepen, heeft op 23 december 1981 een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

Bij die gelegenheid heeft Mr. Schadee onderzocht of een mogelijkheid bestond door een schikking een einde te maken aan de nog tussen partijen bestaande geschilpunten, welke inmiddels niet meer alleen betreffen de kosten van juridische bijstand, maar ook een - niet onder de opdracht aan Mr. Schadee begrepen - door Theunisse gepretendeerde vordering tot vergoeding van beweerdelijk door hem persoonlijk geleden schade.

Uit deze schikkingpoging is het voorstel voortgevloeid dat is neergelegd in de brief van de landsadvocaat van 28 december 1981, waarin namens mij het aanbod is gedaan “f 40.000- te betalen voor de proceskosten en de schade die de heer Theunisse zou hebben geleden, tegen finale kwijting van alles waar de heer Theunisse aanspraak op maakt, en onder voorwaarde dat hij ook afziet van acties via de pers of Kamerleden.”

Indien door de formulering van dit aanbod de indruk is gewekt dat beoogd zou zijn de pers of de Kamer te beperken in de hun toekomende vrijheden en bevoegdheden of Theunisse het recht te ontzeggen zich omtrent aangelegenheden waarover hij zich gegriefd voelt, tot de pers of tot Kamerleden te wenden, betreur ik dit. Met de voorwaarde is niet meer bedoeld dan een explicitering van het begrip finale kwijting, ten einde duidelijk tot uitdrukking te brengen dat door aanvaarding van het aanbod de zaak afgesloten zou zijn. Tenslotte moge ik vermelden dat Theunisse het voorstel niet heeft aanvaard, zodat het thans aan Mr. Schadee is om in overeenstemming met zijn opdracht bindend advies uit te brengen over de kosten van rechtskundige bijstand.

De Minister van Justitie, J. de Ruiter

 

2 jun. 1982 voer ik een merkwaardig telefoongesprek met een mevrouw. Zij geeft op woonachtig te zijn op een (bestaand) adres op de B.Z, (villawijk) te B. Het gesprek hapert herhaaldelijk, valt weg, waarna ik weer door haar wordt gebeld met de mededeling dat er een kabelstoring in B. is bij de PTT. Dit zou de volgende dag worden gerepareerd. De haperingen blijven terugkomen maar de verbinding blijft nu in stand.

Het gesprek gaat erover: “…dat zij mijn geschil met de Staat helemaal gevolgd heeft; het toch zo erg vindt; er graag iets aan zou willen helpen; nu toevallig een depositoo’tje vrij krijgt van exact f 40.000-; of ik dat van haar aan zou willen nemen; als schenking ja. Nu, als U daar niet over denkt als renteloze lening dan. U ziet maar, het staat tot Uw beschikking; denkt U er maar eens rustig over na.”

Ik weiger vriendelijk doch beslist omdat ik het geld van goedwillende derden niet op het spel wil zetten. Ik ontvang toch een telefoonnummer in B. Ik denk er het mijne van...

Neenee, niet wat u nu denkt… Schandelijk!

 

De volgende dag deelt de PTT te Amsterdam mij desgevraagd mede dat van een kabelstoring te B. of van een telefoonstoring op de B.Z. of over klachten over de telefoon van het pand met het door mij opgegeven huisnummer niets bekend is, de dag tevoren...

Ik schrijf een brief aan het adres te B. met nogmaals mijn dank voor het mooie aanbod, dat ik niet mag aannemen, maar stel de vraag of zij voor een aanmerkelijk hoger bedrag niet in mijn bedrijf wil deelnemen met een lening... Nooit meer iets van (haar, althans) vernomen. Ik meld het voorval natuurlijk ook aan het Bureau van de Nat. Ombudsman…

Ook nooit meer iets van vernomen.

25 september

Haagse Spelletjes

 

Haagse spelletjes

 

Uit “NO CURE NO PAY Contra De Staat der Nederlanden”

 

De 'Meneer KRISTALLIJN' episode

8 nov. 1982. De gehele dag in Den Haag voor een bespreking met de Nationale Ombudsman.

17 dec. 1982 moet ik bij de Rabobank mijn vordering op de Staat aan de bank cederen middels een Akte Van Cessie Van Bepaalde Vordering(en). Omschrijving der vordering: “Staat der Nederlanden inzake de procedure Mi-Amigo.” Wegens: “Alle betalingen welke door de Staat der Nederlanden aan de heer G. Theunisse zullen worden gedaan.” Let nu vooral op 21 aug. 1983… Wisten zij misschien al meer dan ik? Het lijkt er verdomd sterk op.

3 mei 1983 besluit de Nat. Ombudsman ex. art.-12 en ex. art.-14 van de Wet Nat. Ombudsman, zijn onderzoek verder uit te breiden.

 

21 aug. 1983 krijg ik een man aan de telefoon, zeggende uit den Haag, die een gesprek met mij wil over zaken? Wij maken een afspraak voor een gesprek. Hij zegt toe direct naar Dinteloord te komen. Inderdaad verschijnt een paar uur later een heer, zich voorstellende als Dhr. Kristallijn, vertegenwoordigende een Elektrotechnische Groothandel en Installatiebedrijf te Den Haag, en op zoek naar nieuwe investeringen (?!) De man toont grote interesse in mijn bedrijfje, bekijkt echter maar vluchtig de vaartuigen én de boekhouding, en informeert tenslotte naar mijn wederwaardigheden met de Staat: naar de stand van zaken tot heden. “…Hij had er wel eens iets van vernomen.” (sic!)

De heer Kristallijn biedt vervolgens zonder blikken of blozen deelname in mijn bedrijf aan. En wel tot een bedrag van f 1.000.000-. Hij vraagt mij erover na te denken, geeft mij zijn telefoonnummer in Den Haag en vertrekt weer, mij in totale verbijstering achterlatend. Ik lieg niet. Ik val nog eerder dood.

De volgende dag bel ik het opgegeven nummer in Den Haag en krijg direct verbinding met Dhr. Kristallijn, deze is nog steeds positief. Ik vraag hem nog wat details en zeg op de zaak terug te zullen komen.

Ik bespreek het voorval met goede bekenden bij de Politie, die mij aanraden zeer voorzichtig te zijn in mijn uitlatingen tegen en in contacten met deze heer. Verder willen zij zich er absoluut niet in verdiepen. “Veel te link voor ons, Geert!”

 

In plaats dat die sukkel, zich nota bene Kristallijn noemende, nu gewoon open kaart speelde en mij kwam vertellen dat wat het ‘zijn bedrijf’ betrof er zaken gedaan konden worden om ‘mijn wederwaardigheden met de Staat’ te beëindigen voor een veel lager bedrag dan waarvoor zij nu wilden deelnemen in mijn bedrijfje, maar dan helemaal zonder deelname; bied hij een idioot bedrag aan voor ‘deelname’. En dan mij na een paar dagen, maanden of jaren met meerderheid van stemmen buiten gooien, zeker. Het zou niet de eerste keer zijn dat de Staat zoiets uithaalt bij een ‘deelname’. Nee, dank U.

Het zegt ook iets over de zwakke positie welke de Staat heeft in haar verweer, indien zij zich van zulke buitenissige en belachelijke methoden bedient. Er zal wel een potje geld zijn voor zulke krankzinnige noodoperaties, maar kennelijk niet om gewoon een hulploontje uit te betalen. Inmiddels heeft uw verteller deze en vorige manoeuvres van de Staat als zeer bedreigend en intimiderend ervaren. Wat is de volgende ‘move from Big Brother’?

Probeert u zich dit trouwens eens voor de geest te halen: Heren met reeksen van indrukwekkende titels en rangen voor en achter hun naam, in stemmige maatkostuums, die voor vette salarissen, plus riante emolumenten hun erg onduidelijke taken waarnemen in de statige Staatskantoren in Den Haag, en dan plannetjes van dit ‘sublieme gehalte’ uitbroeden, enkel maar ter bescherming van hun onmetelijke, dierbare ego’s. Ik meld het voorval aan Mw. Mr. Lucardie van het Bureau van de Nationale Ombudsman.

 

± 25 aug. 1983 belt Mr. Lucardie mij helemaal opgewonden op met de mededeling dat zij en een collega naar het Ministerie van Justitie zijn gegaan, kort voor het sluitingsuur op het einde van de middag. Dat zij zich daar op legitimatie (met volmacht) hebben gemeld bij de Directie-Politie en vervolgens het gehele volumineuze dossier van de Mi-Amigo zaak - dat nu niet ‘even geschoond’ kon worden - hebben gekopieerd. Tot in de late avonduren waren zij bezig gebleven. Zij waren ronduit opgetogen over het resultaat. (Mw. Mr. Lucardie stond toen nog onbevangen in haar nieuwe job.) Tijdens hun actie was de top van Directie-Politie, een verdieping hoger, ook nog in het gebouw aanwezig, in spoedvergadering bijeen naar aanleiding van deze actie, die naar ik begreep uniek was. Later zegt Prof. Rang hier zeer eufemistisch en onderkoeld van: “Mijn medewerkers zagen een paar stukken op het Ministerie, waarvan zij kopie namen.”

Nadien heb ik nog meerdere malen getracht op het telefoonnummer van Dhr. Kristallijn, deze te spreken te krijgen, wat helaas nooit meer gelukt is. Het nummer was opgeheven. Hij heeft met mij ook nooit meer contact opgenomen...

 

18 augustus

Mark Rutte vraagt advies en voorbeelden... Okay!

Aan de heer Mark Rutte tbv. “OPINIO”

Over Veiligheid, Infrastructuur, Research & Development, en Vakmanschap

 

Stelling: Wat de Burger tracht op te bouwen wordt door de Staat afgebroken.

 

“Aan ZKH de Prins van Oranje (verkort)

Roosendaal, 21 juli 2007

Onderwerp: Uitspraak dd. 30 mei 2007, Raad van State nr. 200606990/1/H3.

 

Koninklijke Hoogheid,

Bij Uw post vond U inmiddels een kosteloos toegezonden boek, (“No cure - no pay contra de Staat der Nederlanden”, ISBN 9080838632) bevattende de voorgeschiedenis van boven genoemde uitspraak van de Raad van State. Dit boek is de weerslag van een door ondergetekende uitgevoerd karwei in het kader van Waterbeheer, materie waarin U zelf werkzaam bent en ondergetekende lange tijd werkzaam was. Ik dicht U hier wegens ons gemeenschappelijk metier graag enige interesse toe.

Het karwei, een bergingsopdracht op de Noordzee, alsook de voorwaarden der financiële afwikkeling werden volledig gedicteerd en geregisseerd door de Staat der Nederlanden: (Ministerie van Justitie, resp. Het OM (OvJ) te Amsterdam, resp. de Rijkspolitie te Water). De bergingsopdracht werd door ondergetekende stipt, snel en met volledig resultaat uitgevoerd. Dit resultaat is door de Staat nooit bestreden; evenmin als van staatszijde ooit volledige schadeloosstelling jegens ondergetekende is gevolgd.

Door het laatste kwam ondergetekende financieel in de knel, werd tot procederen gedwongen en is vervolgens daardoor in serieuze aanvaring gekomen met de gevestigde, ambtelijke en politieke orde. Dit tegen de Staat uiterst moeizame, procederen is nu uitgemond in de voorliggende uitspraak. Vanzelfsprekend gaat de discussie al lang niet meer over de maritieme zaken, maar is deze verzand en vergaan in de ongure, troebele ambtelijke en politieke krochten, waarin de spelregels bepaald niet ‘des bergers’ zijn.

Uiteraard treft U geen enkele schuld voor de oorsprong (1979!), wat echter niet wegneemt dat deze kwestie nu, tijdens Uw Voorzitterschap, nog steeds bestaat, voor ondergetekende een volstrekt onverdiende en te zware last is, daardoor een schaduw werpend op goed beheer en bestuur.

Mijn bijdrage in opdracht van de Staat aan Waterbeheer destijds was gewenst, nuttig en geslaagd, maar is door ambtelijke corruptie, arrogantie, willekeur en doofpotgedrag verworden tot een drama voor ondergetekende. Een kwestie als deze door ontwijkend gedrag van het hoogste rechtsorgaan laten voortbestaan is een regelrechte blamage

Hoogachtend,

Geert Theunisse”

 

Antwoord dd. 27 juli/9 aug. 2007 van mr. M.A. Looye, directeur Kabinet der Koningin:

“U ontving van de Minister-president op 16 april 2002 antwoord op uw eerdere brieven aan de Koningin.

Het is helaas voor de Koningin en Prins Willem Alexander niet mogelijk verdere tussenkomst te verlenen.

Brieven van u over dit onderwerp zullen niet meer in behandeling worden genomen.

Mw. Mr. M.A. Looye”

 

Commentaar:

Uit “No cure - no pay contra de Staat der Nederlanden”.

"In dit boek komen ook zogenaamde ‘Hooggeplaatste Heren’ en enkele van ‘s lands ‘Voorname Instituten’ ter sprake. En ik bedoel nou even niet de wat lagere ambtenaren.

Voor de eerst genoemden volgt hier mijn wens:

Dat ze - na lezing van dit boek natuurlijk - aan het einde van hun miserabele bestaan door de duivel zullen worden opgewacht; die met een bot mes het allerlaatste restje onverdiende vet ook nog van hun rammelende knoken zal schrapen; om er dan stinkende, walmende kaarsen van te draaien; om ze bij te lichten op hun eindeloze tocht; kruipend op hun kale, puntige knieschijfjes naar de eeuwige verdoemenis..."

  

04 juni

Vonnis Raad van State

 

   Vonnis Raad van State: 

 De Three Stooges hebben gesproken!!!

Vergelijk a.u.b. mijn appelschrift eerder in dit blog met de uitspraak in de onderstaande scans. Mijn ernstige bezwaren tegen de gang van zaken tijdens de beroep-procedures bij de Rechtbank-Den haag, de voornaamste reden voor mijn beroep bij de Raad van State, zijn totaal genegeerd.

Terwijl ik al in het vroegste stadium van de "WOB episode" (maart 2005) mijn claim tot schadevergoeding uit en te na heb besproken met het Minfin, beweert dit vonnis nu dat ik deze claim pas tijdens dit beroep heb ingebracht en dus thans niet behandelt kan worden!

De Staat zit met haar stinkende reet op de gevraagde documenten, ontkent ze te bezitten / weigert mij inzage. Dus, zeggen de Three Stooges: "Bewijst u maar dat de Staat deze documenten bezit." En: "Na kennisneming van de inhoud der gevraagde documenten komt  de weigering van de Staatssecretaris tot inzage ons niet onredelijk voor".

zie onderstaande foto's of onder nummer 200606990/1/H3 uitspraken in beroep, Raad van State.nl

Het wachten is nu op een nieuwe "Bijltjesdag" of "Quatorze Julliet" a la de val van Rome. Lang kan het zo niet meer duren; met politie die met moordenaars samenwerkt, een corrupte regering, een 2e Kamer te stom en blind voor woorden, en een rechterlijke macht die collectief in de broek schijt als er eens een zootje boeven in staatsfuncties terechtgewezen moet worden.

  RECHT in Nederland?...om ziek van te worden!

 

 

 

17 februari

Beroep bij de Raad van State, deel-2

Deel 2

6)         Op deze brief ontving Theunisse tot op heden (19 februari 2007) geen antwoord.

Wel ontwikkelde zich een kortstondige, cryptische e-mail correspondentie met het ministerie van justitie:

“Date: Fri. 11 feb. 2005, 11:39:05

From: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>:

To: geerttheunisse@yahoo.com 

Geachte heer Theunisse,

Ik schrijf u even als individu, niet als ambtenaar in dienst van justitie.

Ik heb gewacht met reageren op uw e-mail totdat ik zeker wist dat de officiële kamervragenbeantwoording (op 3 februari j.l.) had plaatsgevonden. In verband met uw privacy is de beantwoording naar uw mening vast niet concreet genoeg geweest, met de doorverwijzingen die er in staan. U zult echter waarschijnlijk aangenaam verrast worden door de antwoorden die u in tweede instantie krijgt.

Ik hoop dat u de afgelopen 25 jaar achter u kunt laten en de rust vindt te genieten van de toekomst!

Met vriendelijke groet, Henriette Winkler persoonlijk

Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend.

Ministerie van Justitie.

**************************

Date: Fri. 11 feb. 2005, 11:45:08

From: Geert Theunisse [mailto: geerttheunisse@yahoo.com]

To: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>:

Zeer geachte Mw. Winkler,

Wij, mijn vrouw en ik, danken u zeer voor uw bericht.

Al lang hadden wij de hoop opgegeven vanuit ‘Den Haag’ nog ooit een bericht te ontvangen dat van zo een begaandheid en persoonlijke moed getuigd. Wij wachten de antwoorden in tweede instantie af.

Hoogachtend,

Geert Theunisse

 

Van: Geert Theunisse [mailto:geerttheunisse@yahoo.com]

Verzonden: zondag 20 februari 2005 10:14

To: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>:

Onderwerp: RE: Vragen...

Zeer geachte Mw. Winkler,

Is er iets te zeggen over de termijn in welke wij de antwoorden in tweede instantie mogen verwachten? De reden voor deze vraag is dat mijn vrouw na uw bovenstaande, overigens door ons zeer gewaardeerde bericht, onderhand toe is aan opname met dwangverpleging in ‘Huize Avondrood’ o.i.d. Mocht deze vraag het antwoord kruisen, dan excuus.

Vr. groetend, Geert Theunisse

 

From: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>:

Geachte heer Theunisse,

Uw dossier ligt ver weg in het archief.

Ik meen me te herinneren dat in de kamervragen u wordt verwezen naar bepaalde instanties om uw vragen m.b.t. paspoortverstrekking en mogelijkheid tot gijzeling i.v.m. belastingschuld te stellen. Ik weet niet meer uit het hoofd welke instantie(s) dat waren, maar ik hoop dat u zich inderdaad zelf tot deze instantie(s) heeft gewend en u kunt daar ook vragen hoe lang u nog op uw antwoord(en) moet wachten. Wettelijk gezien moeten brieven binnen 6 weken beantwoord worden, anders kan er een tik op de vingers van de Nationale ombudsman verwacht worden. U kunt deze instantie(s) hieraan herinneren. Met vriendelijke groet en sterke met de ziekte van uw vrouw, Henriette Winkler

Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend. Ministerie van Justitie.

****************************************************************************************

Van: Geert Theunisse [mailto:geerttheunisse@yahoo.com]

Verzonden: maandag 21 februari 2005 11:18

To: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>:

Onderwerp: RE: Vragen...

Zeer geachte Mw. Winkler,

A.u.b. nog even terugkomend op uw mail van 11 feb.:

Ik meen begrepen te hebben dat u, vooruitlopend op de antwoorden in tweede instantie, verwacht dat ik "waarschijnlijk aangenaam verrast zal worden".

Dat lijkt mij voldoende grond om die antwoorden dan verder af te wachten, zonder verder op spoed aan te dringen of met de Nat. Ombudsman te gaan dreigen.

De verwijzingen naar de Belastingdienst in de inmiddels beantwoorde vragen van de heer Wolfsen zijn niet mijn eerste belang. Mijn conflict met de Staat gaat het ministerie van Justitie aan.

Zie aub. bijgaande brief aan de heer Wolfsen waarin ik dat (nogmaals) tracht uit te leggen.

Zodra dat conflict is opgelost kan ik: "de afgelopen 25 jaar achter mij laten en de rust vinden van de toekomst te genieten.” Graag ontvang ik uw commentaar.

Vr. groetend, Geert Theunisse

 

From: "Winkler H. mw. - BJBA" <h.winkler@minjus.nl>:

Geachte heer Theunisse,

Ik wil het inhoudelijk niet meer over uw zaak hebben. Dit is mijn laatste email.

Als u er mee weg komt uw enorme belastingschuld te kunnen wegstrepen tegen hetgeen u de staat verwijt aan u schuldig te zijn, past het u wellicht om de zaak verder te laten rusten. 

Met vriendelijke groet. Henriette Winkler 

Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend.

Ministerie van Justitie.”

**************************

7)         Via Postbus-51 ontving Theunisse de door A. Wolfsen (PvdA) gestelde Kamervragen:

“Tweede Kamer der Staten-Generaal,

Vergaderjaar 2004–2005

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de door de regering gegeven antwoorden                                                                                       

Vragen van het lid Wolfsen (PvdA) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en de staatssecretaris van Financiën over de situatie van de heer T. die stelt al vele jaren noodgedwongen te wonen in de haven in Antwerpen.

(Ingezonden 14 januari 2005)

1) Bent u bekend met de kwesties en procedures die in de jaren tachtig hebben gespeeld tussen de Staat en de heer T. over de bergingskosten van het schip Mi- Amigo?

2) Is het u bekend dat de heer T., die al jaren leeft op zijn schip in de haven van Antwerpen, stelt dat hij niet kan beschikken over een paspoort en Nederland niet in kan en/of durft omdat hij bang is gegijzeld te worden voor een belastingschuld?

3) Zijn die stellingen van de heer T. waar en is die angst van de heer T. nog steeds terecht en op goede gronden gebaseerd? Zo ja, bent u bereid tot het aan (laten) gaan van een gesprek met de heer T., om te bezien of er (nog) mogelijkheden zijn om uit de, kennelijk ontstane, impasse te komen?

4) Indien u niet tot een gesprek bereid bent ziet u dan andere mogelijkheden om tot een vergelijk te komen met de heer T.? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Antwoord van staatssecretaris Wijn (Financiën), mede namens de ministers voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijks-relaties en van Justitie. (Ontvangen 4 februari 2005)

1) Ja, ik ben bekend met het geschil tussen de heer T. en de Staat der Nederlanden over in 1979 gemaakte bergingskosten. Het geschil is met wederzijdse instemming door middel van arbitrage beslecht, in 1982 ten aanzien van de bergingskosten en rechtsbijstandkosten, in 1988 ten aanzien van gederfde inkomsten. De daarbij vastgestelde vergoedingen zijn naar behoren door de Staat uitbetaald. De heer T. heeft derhalve geen vordering meer op de Staat.

2) Van deze stelling van de heer T. heb ik kennis genomen naar aanleiding van uitlatingen van T. op de regionale televisie (Zuid West) in november 2004.

3en4) De fiscale geheimhoudingsverplichting en de privacybescherming met betrekking tot paspoortsignaleringen verbieden om over individuele belastingplichtigen en belastingschuldigen mededelingen naar buiten te doen. De ontvanger zal, als T. hem daarom verzoekt, hem informeren of hij nog een openstaande belastingschuld heeft en zo ja, wat de omvang en samen-stelling daarvan is. De heer T. kan voorts bij de autoriteit die ten aanzien van hem bevoegd is tot het verstrekken van reisdocumenten dan wel bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in persoon vernemen of er (nog) een paspoortsignalering bestaat.

’s-Gravenhage 2005, Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005,”

APPÉL

8)         Ooit ontving Theunisse in een eerder vergeefs beroep op de Raad van State in deze kwestie het antwoord “dat aan een onderzoek door de Raad van State een concreet geval in de gedragingen der overheid ten grondslag moet liggen”. Theunisse heeft in het nu voorliggende dossier concrete gevallen in overvloed aangedragen. Het is de plicht en verantwoordelijkheid der rechter(s) in de Afdeling bestuursrechtspraak om op de door partijen aangedragen feiten en argumenten, alsmede der partijen motivatie daartoe, waarheids-vinding toe te passen en het gevondene te toetsen aan recht, billijkheid en wet.

1) Gezien het feit dat verjaring in deze zaak reeds lang werd gestuit door navolgende Telex:

“10.44 52033 ratio NL 34382 advac NL, ‘s-Gravenhage, 10 september 1980. t.a.v. mr. E. Fleskens inzake:staat/Theunisse; geachte confrère, n.a.v. uw telex van gisteren deel ik u mede dat u de ver-jaring als geschorst kunt beschouwen. hoogachtend, uw dw. cfr., S.E. Gratama. 52033 ratio NL 34382 advac NL”

2) Gezien de misleidende, onvolledige, zeer summiere beantwoording van de Kamervragen;

3) Gezien de ongevraagd verkondigde en onware stelling in antwoord 1) op die vragen;

4) Gezien diezelfde onterechte stelling, herhaald in de brief dd. 19 januari 2005 van het ministerie van Justitie;

5) Gezien het uitblijven tot heden van enig antwoord op de brief van Theunisse dd. 27 januari 2005 aan dat zelfde ministerie;

6) Gezien de vage, ontwijkende, intimiderende en neerbuigende antwoorden van hetzelfde ministerie in de e-mail correspondentie;

7) Gezien de slordige, vooringenomen, onvolledige behandeling aan staatszijde in de aan dit geding vooraf-gaande procedures in 1e, 2e, 3e, 4e en 5e instantie, hierbij inbegrepen de behandeling door een volstrekt ongeïnteresseerde, partijdige rechtbank;

is en blijft Theunisse er vast van overtuigd dat:

A)   Met een uiterst beroep op goede rechtspraak en goed bestuur, hij het volste recht heeft op volledige opening van zaken in deze, met name mede door inzage in alle door hem in dit geding onder welke Titel of Wet dan ook gevraagde stukken.

B)   Dit geding zowel rechtens alsook op gronden van redelijkheid en billijkheid niet los gezien kan, mag en zal worden van de gehele, nog steeds slepende hoofdoorzaken in de voorgeschiedenis. Zonder deze hoofd-oorzaken was de voorgeschiedenis nooit ontstaan en had dit geding nooit plaatsgevonden!

C)  Hij het volste recht en groot belang erbij heeft, dat deze gehele kwestie – die uitsluitend kon ontstaan door bestuurlijke misdragingen en wetsovertredingen der overheid - voor eens en altijd door Uw Afdeling Bestuursrechtspraak zal worden beslecht.

D)  Hij elk recht voorbehoud zich na Uw uitspraak alsnog te beraden en waar nodig te overwegen om met juridische middelen onbeperkte inzage in zijn gehele bij de overheid berustende dossiers af te dwingen.

Theunisse persisteert bij alle eerder door hem ingebrachte feiten en argumenten.

Hoogachtend,

G.A.C. Theunisse

Beroep bij Raad van State, deel-1

Aan de Raad van State

De Afdeling Bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA  DEN HAAG

Uw nummer: 200606990/1/H3

Uw onderwerp: Theunisse/Staatssecretaris financiën, WOB inzage correspondentie

Roosendaal, 19 februari 2007

Betreft beroep tegen:

Uitspraak Rechtbank 's-Gravenhage, Reg. nr. AWB 06/2214 WOB, van 23 augustus 2006 in de zaak G.A.C. Theunisse tegen de Staat der Nederlanden/de Ministeries van Financiën en Justitie.

Hooggeachte Afdeling,

1)         In dank ontving ondergetekende, (hierna Theunisse) uw bericht van 15 januari 2007 met de kennis-geving over de zitting in dit geding van 14 maart aanstaande. Theunisse laat U bij deze weten niet op deze zitting te verschijnen. Hierna volgend treft U de hem moverende redenen.

Eerder ontving Theunisse Uw brochure “In beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State”. Uit deze brochure valt ondermeer te leren dat U zich voor de zitting goed voorbereid, alsdan kennis hebt genomen van alle processtukken, en dientengevolge het ter zitting mondeling herhalen van feiten en argumenten onnodig is; zo dit in de onderhavige kwestie, binnen het U in de praktijk gebleken tijdsbestek van 10 minuten per partij, hoe dan ook al mogelijk zou zijn.

Voorts vermeldt Uw brochure dat tijdens Uw vooronderzoek - ingeval van beroep tegen een gerechtelijke uitspraak - Uw Afdeling het gehele dossier opvraagt bij de rechtbank. Nu Theunisse zich uitputtend heeft ingespannen om alle feiten en argumenten in deze en alle eerdere gedurende vele jaren in dit geding gevoerde schijnprocedures en showprocessen zo volledig mogelijk op schrift te stellen en te publiceren – en deze stukken ook in de onderhavige deelprocedure heeft ingebracht - vervalt alleen al om die reden de kans dat U nog cruciale vragen zouden resteren, en derhalve enige noodzaak voor Theunisse om ter zitting te ver-schijnen.

2)         Ook een ander aspect speelt een rol in de beslissing van Theunisse om niet ter zitting te verschijnen. Theunisse heeft gedurende de vele jaren dat dit geding voortsleept een dermate ontluisterend beeld gekregen van de rechtsbedeling – speciaal wanneer de strijd van de burger zich richt tegen hem aangedaan onrecht veroorzaakt door de overheid zélf - dat zijn gemoedstoestand inmiddels van dien aard is dat hij zich niet meer zeker voelt of hij tijdens de zitting de regels van wellevendheid, U toekomend, in gepaste mate in acht zou kunnen (blijven) nemen.

In dit verband verwijst Theunisse naar Prod-E, (ISBN 9080838632), maar vooral ook naar het eveneens in de boekhandel verkrijgbare “Een man tegen de Staat”, (ISBN 9067281956. De laatste titel handelt over de intrieste lotgevallen van de heer Spijkers in zijn zaak tegen Defensie, U wellicht bekend. Ondermeer deze infame kwestie is voor Theunisse het absolute, fysiek onpasselijk makende, dieptepunt in het onstuitbare verval van de Nederlandse Democratische Rechtsstaat, waarin het noodzakelijke door de burger te stellen vertrouwen in haar instituties van Rechtspraak en Bestuur alsmede de zozeer gewenste achting voor haar machthebbers in bestuurszaken en rechtsbedeling nu vrijwel niet meer lager kunnen zinken.

Het is voor Theunisse een volslagen raadsel hoe de talloze ‘bestuursverantwoordelijken’ zonder direct en afdoende ingrijpen kunnen toezien terwijl kwesties als de onderhavige en de hiervoor genoemde voor hun ogen – immers breed uitgemeten in de media – escaleren en blijven voortslepen, daarmee hun eigen falen keer op keer schaamteloos bevestigend.

Theunisse, door schade en schande geleerd, beaamd de visie van Minister Remkes op de overheid: “Verwacht geen perfecte overheid!”. Theunisse verwacht echter wel een overheid die de moed en integriteit kan opbrengen om haar eenmaal afdoende bewezen imperfecte handelen te erkennen en de nadelige gevolgen daarvan waar mogelijk te herstellen.    

Als pleidooi in de ‘WOB’ procedure.

3)         Rechtstreekse aanleiding voor deze ‘WOB’ episode was het volgende.

Theunisse zond de volgende brief aan de minister van Justitie:

“Aan de Minister van Justitie: Mr. P. H. Donner, Ministerie van Justitie, Postbus 2030, 2500 EH  Den Haag    -NL-

Antwerpen, 17 nov. 2004

Excellentie,

Na vele vruchteloze omzwervingen langs allerlei overheidsorganen, websites en vooral langs de geachte Leden van de Volksvertegenwoordiging, (Democratie, nietwaar?) richt ik mij nu maar in arren moede tot U. Ik benaderde ook al vele malen de site ‘Voorlichting’ van Uw departement, maar ontving nooit enige reactie, (niet echt vriendelijk!). Nu gebruik ik dus maar weer de ouderwets degelijke papieren methode.

Ondergetekende heeft een ernstig, al zeer lang lopend, conflict met de Nederlandse Staat.

Dat is geen nieuws, zult U nu denken, maar de zaak is zeker nieuw in het licht van de tegenwoordig zo actuele ‘Waarden & Normen hype’, en ook in de wijze waarop ik in dit verhaal van het kastje naar de muur wordt gestuurd, resp. aan de draai gehouden. Dit ben ik nu helemaal zat. Zie dan ook a.u.b. de bijgaande stukken.

Ik maakte te Uwer bediening de nu 25 jaar lopende kwestie zo overzichtelijk mogelijk.

Daarvoor treft U een document aan getiteld: “Het Groot Mi Amigo Citatenboek”. Hierin is een en ander zeer gecondenseerd weergegeven, toegespitst op de ‘Waarden & Normen’ der Overheid; of liever: op het in deze volstrekt ontbreken daarvan. (zie in WOB dossier).

U kunt daarin ook lezen hoe Uw partijgenoot, Mr. Ir. W. van de Camp, mij nu bijna twee jaar aan het lijntje houdt; ook welke vreemde dwaalwegen de heer van de Camp meent te moeten bewandelen om de zaak maar voor zich uit te kunnen blijven schuiven, alsmede de volstrekt onzinnige tussentijdse resultaten daarvan.

Vrij nieuw is dat ik op 9 sept. ’04 een onderhoud had met Mr. A. Wolfsen, van de PvdA- 2e Kamerfractie. Dit gesprek vond plaats in het Parlementsgebouw en onder het oog van een Tv-camera van Omroep-Brabant. Uitgezonden op 27 sept. ’04. De heer Wolfsen beloofde mij toen direct vragen aan U te zullen stellen. Niets gebeurde, tot heden.

In een tweede bijlage: “Vragen aan de Minister van Justitie” treft U dan ook de vragen die ondergetekende nu rechtstreeks aan U zou willen stellen, en ook graag beantwoord zou zien. De vragen worden voorafgegaan door mijn meest recente correspon-dentie met de heer Van de Camp. (zie in WOB dossier)

In deze tijd waarin U zich moet haasten om Uzelf van de ene crisis naar de andere te vergaderen; de tijd waarin de grootste schreeuwers, de moordenaars, de godslasteraars, de krankzinnige Muzelmannen en andere radicale fanatici Uw volle aandacht genieten; in deze hectische tijd zou het mij werkelijk deugd doen als U nu toch eens aandacht zou kunnen schenken aan míjn ongenoegen; in, voor deze tijd, redelijk gematigd ABN gesteld en nu op schrift aangeleverd. Indien U meer uitvoerige informatie wenst, zend ik U het boek wat ik over de zaak schreef. Maar U kunt natuurlijk ook gewoon Uw eigen archieven raadplegen. Met grote belangstelling wacht ik Uw spoedig antwoord af. Per E-mail volstaat ook.

Vragen van G.A.C. Theunisse aan de Minister van Justitie

De vragen die gesteld hadden moeten worden door de Leden der Tweede-Kamer W. van de Camp (CDA) en A. Wolfsen (PvdA), maar wat nooit gebeurde. 

Inleiding

1)      Op 18 augustus 1980, van 12.00 tot 13.30 uur, had op BIZA een gesprek plaats tussen de Minister van Justitie (hierna de Minister) en G. A. C. Theunisse. (hierna Theunisse) Onderwerp van het gesprek was een geschil tussen Theunisse en de Staat der Nederlanden over de berging van een schip op de Noordzee.

2)      Door de Minister werd tijdens het gesprek aan Theunisse het voorstel gedaan om de kwestie voor te leggen aan een bindend adviseur.

3)      De Minister stelde Theunisse voor om als bindend adviseur Prof. Mr. H. Schadee te vragen; met als alternatief, - ingeval Prof. H. Schadee zou weigeren of niet in de gelegenheid zou zijn – de President van de Rechtbank te Rotterdam te vragen om een bindend adviseur aan te wijzen.

4)      De Minister wees Theunisse op het feit dat Prof. H. Schadee goed ingevoerd was in deze materie en zelfs als een autoriteit op dit gebied werd beschouwd.

5)      De Minister prees Prof. H. Schadee letterlijk aan bij Theunisse als iemand die “…geen enkele binding met de Staat heeft, meneer Theunisse, en ook niet met u.”

6)      Op grond van de informatie die de Minister tijdens dit gesprek aan hem verstrekte, aanvaardde Theunisse de aanstelling van Prof. H. Schadee als bindend adviseur in de kwestie. Om dezelfde reden zag hij af van het alternatieve voorstel van de Minister.

7)      Echter: Prof. H. Schadee werkte al vanaf 1961 op grond van een regeringsopdracht (Justitie) aan het nieuwe Boek-8-Vervoerrecht van het Burgerlijk Wetboek, (april 1991 in werking getreden). Ook trad Prof. H. Schadee in de Tweede Kamer op als regeringscommissaris tijdens de behandeling der wetsontwerpen dienaangaande.

 8)  De informatie onder 7) betreffende Prof. H. Schadee was niet bekend bij Theunisse, noch werd  deze informatie door de Minister aan hem medegedeeld.

Vragen

Vraag 1) Wat was de reden dat de Minister van Justitie zo nadrukkelijk Prof. H. Schadee als bindend adviseur voorstelde aan Theunisse om het geschil op te lossen? Nadrukkelijk, daar de Minister het kennelijk nodig achtte om – als extra aanmoediging - tegenover Theunisse Prof. H. Schadee letterlijk te omschrijven als iemand die: “…geen enkele binding met de Staat heeft, meneer Theunisse, en ook niet met u.” Een kwalificatie die, gezien de feiten onder 7) in de Inleiding hierboven, toch minstens twijfelachtig en niet geheel naar waarheid genoemd mag worden?

Vraag 2) Ware het niet verstandiger van de Minister geweest - en ook oprechter tegenover Theunisse - om zijn initiatieven tot aanstelling van een bindend adviseur te beperken tot zijn - toen alternatieve - voorstel om die keuze van een bindend adviseur inderdaad over te laten aan de - onafhankelijke - President der Rechtbank te Rotterdam, en het daarbij te laten?

Vraag 3) Hoe ziet de Minister de ‘extra aanmoediging’, die de Minister destijds aan Theunisse meende te moeten geven om hem de aanstelling van Prof. H. Schadee als bindend adviseur als eerste keus te doen aanvaarden? Dit in het licht van de feiten onder 7) in de Inleiding hierboven, en dat het verzoek aan de (onafhankelijke) President der Rechtbank te Rotterdam tot aanwijzing van een bindend adviseur slechts als alternatief genoemd werd.

Vraag 4) Is de Minister voorts bekend met het feit dat de landsadvocaat, tijdens het dienen der belangen van de Staat in deze kwestie, meerdere malen de wet overtreden heeft en zich schuldig gemaakt heeft aan onrechtmatige handelingen? Is de Minister bereid hierover zijn afkeuring uit te spreken? Is de Minister voorts bereid zodanige instructies aan de landsadvocaat te geven dat in diens gedrag – optredend voor de Staat tijdens geschillen van burgers met de overheid - onwettige, c.q. onrechtmatige handelingen, tot schade leidend, in de toekomst niet meer zullen voorkomen?

Vraag 5) Nu in deze kwestie de zaken gelopen zijn zoals ze liepen; wat denkt de Minister te gaan ondernemen om uit de ontstane impasse in de kwestie Theunisse/Staat te geraken?

Vraag 6) Theunisse is in staat aan te tonen dat, na de aanstelling van Prof. H Schadee als bindend adviseur, de kwestie voor hem een volstrekt onverdiende wending heeft genomen en hem daardoor groot onrecht is aangedaan. Theunisse kan ook aantonen dat hij hierdoor schade heeft geleden. Is de Minister bereid deze schade te vergoeden?

Hoogachtend, G.A.C. Theunisse”

4)         Hierop ontving Theunisse op 19 januari 2005 het volgende antwoord:

“Geachte heer Theunisse,

Uw brief van 17 november 2004 heb ik in goede orde ontvangen. U hebt hierin opgemerkt dat u geen reacties hebt ontvangen op uw e‑mails aan de site van Voorlichting van mijn ministerie. Bij navraag is gebleken dat uw e‑mails geen duidelijke vragen bevatten en dat Voorlichting bij de laatste e‑mail om een adres gevraagd heeft om de e‑mail formeel te beantwoorden maar dat er hierop nooit antwoord is ontvangen.

Tevens hebt u mij verzocht te reageren op de aan uw brief toegevoegde "Vragen van G.A.C. Theunisse aan de Minister van Justitie". Het betreft vragen over de afhandeling van het geschil met de Staat der Nederlanden, dat gerezen is rond de berging in 1979 van het schip Magdalena van (Radio) Mi Amigo.

Uit de mij ter beschikking staande gegevens blijkt dat er ter zake door prof. Schadee op 7 juni 1982 een bindend advies is uitgebracht.

Vanwege uw klacht over de uw inziens onjuiste behandeling van uw vordering, heeft de Nationale Ombudsman op 21 februari 1986 een rapport uitgebracht.

Hierin is onder meer gesteld dat de arbiter in zijn bindend advies geen uitspraak heeft gedaan over de nog resterende vorderingen van de berger (vergoeding van gederfde inkomsten en door de klager geleden immateriële schade), en dat de minister in deze een nader aanbod had behoren te doen, dan wel een voorstel de arbiter alsnog hierover een (bindend) advies te laten uitbrengen.

Naar aanleiding hiervan heeft prof. Brunner op 26 maart 1988 een bindend advies uitgebracht aangaande de resterende vorderingen. U hebt er vooraf mee ingestemd dat (ook) dit advies bindend zou zijn. De door de arbiters vastgestelde bedragen heeft de minister steeds prompt voldaan. Daarmee is de zaak feitelijk afgedaan en zie ik derhalve geen reden dieper op uw vragen in te gaan.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

De Minister van Justitie, namens deze, directeur‑generaal Rechtshandhaving, C.W.M. Dessens”

5)         Theunisse drong vervolgens aan op een meer ter zake doende beantwoording, in plaats van de eeuwig herhaalde, leugenachtige mantra: “De staat is u niets (meer) verschuldigd”:

“Aan de Minister van Justitie: Mr. P.H. Donner, Ministerie van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH  Den Haag    -NL-                     

P/a bureau JBA, h.winkler@minjus.nl, Uw kenmerk 5330776/505/HW, Uw brief dd. 19 jan. 05

Antwerpen, 27 jan. 05

Excellentie,

Uw zelfbevestigend vertrouwen aan het slot van bovenvermelde brief is volkomen misplaatst.

In de afgelopen 3 jaar heb ik, - behalve ooit een boodschap dat “in verband met het risico van virussen ‘e-mail-bijlagen’ niet geopend worden.” - geen enkel antwoord op mijn meerdere e-mails aan U ontvangen. En dit ondanks het feit dat toch al mijn mail tenminste voorzien is/was van mijn e-mail adres. Het is - bij mijn provider - niet eens mogelijk om een mail te versturen zonder invulling van de afzender! Maar dit terzijde, nu ik zonder meer verwacht dat het in Uw briefhoofd vermelde e-mail adres wél zal werken.

Ernstiger is de botte onverschilligheid waarmee U in de rest van genoemde brief meent mijn vragen aan U te kunnen afdoen. U zou toch onderhand moeten weten dat voor het oplossen van conflicten/ problemen daarover discussiëren de voorkeur dient te hebben boven die van de zaken maar te negeren en op hun beloop te laten. Wat dan immers uiteindelijk overblijft is het opblazen en vernielen van mensen/dingen. U zou onderhand ook kunnen weten dat op deze wijze mijn vragen beantwoorden geen enkele - en al helemaal geen goede - indruk op mij maakt.

Met grove stappen somt U enkele stadia op in de veeljarige ellende die ik met Uw ministerie beleefd heb. U doet dat volkomen overbodig, daar ik veel beter dan U de gang van zaken in gedachten heb en er nog dagelijks de nadelige gevolgen van onderga.

U stelt: “dat ter zake door Prof. Schadee op 7 juni 1982 een bindend advies is uitgebracht.” Het punt is nu juist dat vooral de totstandkoming, maar ook de procedurevoering, en zeer zeker ook de uitkomst van dat advies totaal niet deugden.

Het punt is nu juist dat de latere - op basis van en met als uitgangspunt dat ondeugdelijke bindend advies - gevoerde vervolgprocedures en onderzoeken dus ook niet deugden.

Het punt is nu juist dat een Uwer voorgangers het nodig achtte om tegen mij te liegen om deze door hem voorgestelde bindend advies procedure, a) te verkrijgen, en b) in de door hem gewenste vorm te kunnen gieten. Dat draag ik U niet na, noch verwijt ik U dat. Ik vraag U slechts alsnog deze zaken recht te zetten, waar ik naar mijn overtuiging het volste recht op heb.

U laat nu na op de concrete door mij hierover aan u gestelde vragen te antwoorden. Dit kan ik niet waarderen en herhaal daarom bij deze mijn eerder gestelde vragen aan U, in de verwachting dat nu wel ter zake doende, rechtstreeks op mijn vragen betrekking hebbende antwoorden zullen volgen.

Met grote belangstelling wacht ik Uw spoedig antwoord af. Per E-mail volstaat.

Hoogachtend, Geert Theunisse”

Vervolg, zie deel 2

 

07 februari

Tankers & things...

Gasoline Tankers and things…

Translated from “Bergers-Werken op Water” © Geert Theunisse.

It was on a quiet hot summer-night and in a dead calm and oppressive overcast atmosphere when the Belgian motor-tanker ‘Mare’, ex ‘Gulf-Belgium’, loaded with 900 Tons of gasolin sailed in Dutch waters on the smooth but swiftly moving surface of the Krammer-River and with destination Antwerp.

Around 11.00 pm, due to a navigational error, the ship went aground, and instantly, this until now silent and peaceful voyage went into a very dangerous and nightmarish situation… Because except for the hot and becalmed weather, the tide was just after high water and falling…still to go down for yet another 8 Ft in the next coming 4 hours…

The Skipper, very scared and nervous, tried at once - reasonably calm at first but soon in desperate fear - by using his engine full power on forward and reverse alternatively, to free his vessel from the sandbank. He also kept trying for quite some time, but when he finally gave up, he had not succeeded…

Therefore, when he finally alarmed the traffic-authorities and we received the red-alert message, it was already far too late for us to have a decent chance whatsoever for refloating the ship at the same – falling - tide. Nevertheless, the ships-crew was still very glad to see us arriving at the scene. Because the three of them felt very lonesome on their grounded vessel, and very worried also about what could happen in this situation and with this particular dangerous cargo, from which they all knew the grave risks so well…

We made fast with Fury-2 on starboard alongside Mare, on the far end aft, and with only two very thin ropes. Because the insignificant little puffs of wind that one sometimes could feel came from the East, so on that spot we were at least in theory above-wind from the cargo vapors. If disaster should happen and we had to haul ass very rapidly - if there would be any chance left for us to do so in the first place - the only thing I had to do in that case was cranking my engine in reverse, and the flimsily moorings would for sure both snap instantly… 

All other shipping was been halted and for miles around banned by Traffic-Control. Our surrounding looked completely deserted, pitch-black dark, and the silence was deafening.

Meanwhile, the only thing we could do was waiting how the ship would hold on until the tide had reached her lowest level and turned rising again. In such a risky falling-tide situation and on such a short notice finding another tanker for transshipping the cargo is virtually impossible and even not worth considering. Their respective captains, politely invited for such an enterprise, would all say very realistically, “Thank you, but no thanks…,” meanwhile probably thinking, “What kind of a nutcase he is!?”

The crew from Mare came over to us, after they had switched off and shut down all electrical and other systems onboard of their ship, and we gathered the five of us in our tiny wheelhouse, waiting on things to happen… On regular intervals, we checked the situation on deck of the ship…walking with care, with no shoes on and with empty pockets. No metal objects, matches or such other dangerous stuff were been allowed to carry around or moved, or even thought about touching them for that matter…

The Mare was a very old tanker and she was completely riveted together, and I still believe, being strongly convinced even, that this fact was our savior then, considering afterwards what was about to happen...

Because the Mare sat on a particular bad spot of this sandbank...! All of her 12 tanks from the cargo-sector were in a straight angle spread over and across the long stretched and steep upward curved sandbank, with the fore and aft part on deep water… A very unfortunate and unhealthy position indeed…

By the time the water started to fell rapidly; which goes as you probably know along a sinus-shaped but non-linear form, starting slowly and increasing to maximum around half tide – which on this particular spot could go up to a rate of 3 to 4 Ft an hour - and then slowly decreasing again until the low-water level is reached; the poor Mare started to bend... Slowly but irresistibly she bended further and more, like an angry alley-cat, slowly taking over the exact shape of the sandy bottom on which she was lying captured. In such a situation, it seems that every single minute stretches itself out into a full hour…!

Every few minutes, one could see the ship changing a little, taking on another and more pronounced arched shape, making tiny, muffled, very mysterious and alarming little ticking sounds here and there... Then other, very real things started to happen, very sorrowful and scaring things, the water going down and down forever, it seemed…

With our (gas-safe) searchlight, we continuously kept the ship surveyed and at one moment, there was something going on in the ships starboard side, directly in our sight, moored on that side as we were. But the same thing happened at the same instant on portside also of course, on her dark side, invisible for us… Tiny spots of a darker, a kind of wet looking black color appeared in the old and weathered tar covering the hull plating on starboard and portside; the dark spots growing bigger by the minute and in numerous and ever-increasing numbers. The ship started literally to sweat in her agony about this outrageous abuse...

Like a beached whale threatens to suffocate fatally under her own weight as soon as the massive and heavy body is no longer being supported by water, exactly the same great threat endangers a loaded ship that runs aground at falling tide.

The natural lifting power from water -normally surrounding the submersed part of the vessel and spreading out her wonderful supporting force equally on every square Feet of the hull - starts decreasing along with the falling tide. Leaving the total weight from ship plus cargo no other way according the Laws of Gravity then gradually finding vertical support for this full weight on whatever there exists beneath the ships bottom…encountering no matter what shape, sort or form...

The ship started to sweat gasolin…! Clouds of highly inflammable gasolin vapors were growing larger and thicker by the second, and because of the lack of any amount of sufficient wind, surrounding and covering the ship with a deadly dangerous blanket… A dead robe of an invisible but very explosive mixture of rich gasolin vapors and oxygen descended over the ship!

Nevertheless…She struggled back! That’s what she did! By giving in little by little... This was her only possible way and known method to survive the terrible forces caused by the 900 Tons of her dangerous cargo and the approximately 300 Tons of her own weight, which joined together now in evil conspiracy for trying to break the back of her wary body.

She did fight back by the single possible way she could… Every part of her body; from the large sheets of steel hull plating, the bulkheads, the heavy angle-steel struts and beams, held together by -and communicating with - the numerous tiny rivets, worked together! They all gave in a little, trying as much as they could, everyone for his own part, a little bending here, a little shifting there, pulling and pressing and stretching, to divide and spread the tremendous destroying forces that held her body under siege.

Because of the enormous stress building up in the ships hull, the thousands of rivets started to reposition themselves, each one a very tiny little bit in their respective holes in the steel plating, the struts, and the beams. The rivets stretched to the very maximum of the strength, given to them by the physics of the steel from which they were been forged from, a long, long time ago. They simply had to hold on, keeping the other parts from the body together! But by doing so, they were bleeding pure, high octane gasolin!

While this terrible and almost dead-silent struggle continued, again some minutes later, a kind of little cracking sounds nearby and further away could been heard, spread out along the length of the cargo sector towards the forward. We went very cautiously out on deck on the outermost windward side, for whatever wind there was.

In the central longitudinal deck-part where all the pump-lines, tank-vents and valves are grouped together, there’s also a 3” steel mantle-tube containing and protecting all the electric wiring from the ships electrical systems, running from the engine-room and wheelhouse at the stern to the forward part of the vessel. On regular intervals in this line, connecting-boxes are been situated for feeding the various deck-lights, cargo-level-gauges, alarm-switches and so on, everything properly sealed and gas-proof of course, normally… But this was a far from anything but normal situation now…

Now…on both ends of each and every connection-box, the 3” steel tube was moving out of the box-inlets -by an inch or so already - because of the ever increasing upward bending of the deck, lengthening the distances between the boxes. Now…we could clearly see the various wires and cables, already stretched out to the max inside the still widening gaps… Boy, oh boy, major shit was about to hit the fan for sure, we thought!

Suddenly, we had just returned into Fury-2’s wheelhouse, a loud metallic BANG! sounded, scaring us almost to dead…, and then immediately followed by another even louder one…! And we…waiting another couple of long, long minutes for final disaster to take place any split-second now. We were all staring very tensed out of the wheelhouse windows. Staring to that gigantic time bomb about to go off now any instant, peering into the dark, only dimly and because of the harsh shadowing spooky lit, Me with my hand hovering very close above the engine-controls already, the air-starter lever sharply adjusted, just one quarter of an inch away from the start position…the point of no return that is…

However, nothing of the worst or else seemed to happen; so after waiting another couple of minutes, we went on deck again for investigation. Now we found out that two heavy 8” cast-iron valves, connecting both parts fore and aft from the main cargo-pump-line at amidships, were both broken in two pieces. Gasolin was still dripping out and gathering in the large and spreading puddles on the deck. The stench of gasolin fumes on deck and everywhere was almost suffocating by now.

The ship was arched upwards now for more then 2 Ft, but luckily spread out equally over the whole length of the cargo sector. Both bow and stern part were clearly deeper down in the water now. In fact, the water had reached and flooded the outermost last part of the stern-deck, pushed down as it was by the heavy engine and other machinery, plus the only just the day before topped-up fuel and fresh-water tanks, and the whole weight of the living-quarters…

Anyway, after this ‘longest night’ - the kind of night in which one is actually aging a little faster and more then the duration of nighttime itself - around 04.00 hours the tide was at the lowest level at last. Moreover, good old Mare was still in one piece! She was not losing more cargo then the rather little amounts that escaped still from her sweating rivets, evaporating instantaneously and continuously into the open air.

As the tide slowly started rising again, the chilling suspense among the crew from Mare -and us (!)- eased slowly away in the same pace as the tension and stress on the badly beaten ships hull was decreasing slowly. But of course, it wasn’t really safe already, not yet for a few more exhilarating hours and events to happen…

At a certain moment short before the break of dawn, the Skippers wife sneaked silently and quietly out from the wheelhouse of Fury-2, stepped over on Mare, and disappeared into the trustful and familiar surroundings of her own living-quarters. A few minutes later, I spotted her in the dark wheelhouse from Mare, with the doors and windows wide open because of the warm weather. She just lighted a candlestick in front of a statue from the Virgin Mary, the keeper from all sailors… Being ever so grateful, and thanking Her for Her protection and safe-keeping in those past hours of great danger and despair…!

I stumbled out of my wheelhouse in her direction, my bare feet ever so slightly touching the deck or whatever in the greatest of possible haste, moving so swiftly as if in an almost supernatural elevated fashion… ”Pfff…Pfff… Please Madam. Please just wait a little while longer with that, if you please!”

Despite of my so clearly showed - but so well meant - terrible lack of honor and very little respect for the Virgin Mary, everything worked out well for the Mare after all…

One hour before high water, we made our towrope fast from Fury-2 on the Mare to keep her steady in de swift stream, only to prevent her from shifting her position with the current into a deep but inaccessible part of water behind the sandbank, and on the very top of high water she was floating again!

Back on the deep again, the ships load-marks, three on each side, were neatly back in one perfectly straight line with the water surface. This beautiful element of Nature! H-2o! Water! With among her many other qualities, her great lifting power, so vitally needed by ships…and humanity!

With great lifesaving elasticity and gently carried by the water again, the ships hull had reformed herself again in her good old, trusted and familiar shape. The shape and form in which she was been built, a rather long time ago...

A younger, modern and all welded together - and therefore much more rigid - tanker would almost certainly would have had been broken in this situation. And on top of that, such a disaster takes only place after a gradually build-up from tremendous stress on the hull construction, rising slowly to a fatal height… Then very suddenly releasing all this build-up stress in one big, violent, steel tearing, breaking, and bending outburst of power. Large parts of heavy steel banging and rubbing into and against each other with great forces of pressure and velocity… Creating easily so as many hotspots and sparks … Changing the vessel instantly into one great bright ball of hellfire in such a case …and very probably us too in the process…  

We towed the Mare into a small harbor basin nearby, after which another tanker took over her cargo, and after she was empty and de-gassed, she could set course to a shipyard for making repairs.

Noting of her electric systems on the forward was still working, because of the many stretched-out and broken connections in the various power, control, and data lines. And anyway, two 8” valves broken in half on a gasolin tanker aren’t a welcome sight either… You’ll better replace them too, being busy with repairs as you are already…

And for us…? Next job please… However, this time one on large joyful waves and with lots of fine refreshing winds and some beautiful heavy rain maybe, if possible, yes? Because, we sometimes just love these wonderful forces of Nature!

The End

 

 

 

 

03 februari

RADAR

Radar-navigation

From: “Salvers-Working on Water” (in Dutch).

Copyright © 2004 Geert Theunisse

To navigate correctly on Radar requires learning and gaining experience. In addition, the large Dutch estuary rivers are blessed in fall with a well known phenomenon called ‘fog’. And now I mean the sticky, dense wet soup in which one cannot find ones own ass with both hands and a searchlight to wipe it clean.

Picture this for example: at six thirty in the morning, the sky is crystal-clear and ships, big and small, loaded and unloaded, all in a rush to make a days pay, start to move about, lifting anchors, hauling in moorings, ships engines already happily humming. At seven fifteen, when everyone is finally on his way, the thick white curtain goes down in only ten seconds.

Then it starts: the sudden rattling of anchor chains again, at places were with clear view you never would find a skipper crazy enough to anchor. Not for a million bucks, he wouldn’t! On the VHF, those emergency anchoring maneuvers are immediately followed by these peculiar kinds of prayers to the strangest breeds of Gods, with a wide variety of hellfire, damnation, cursing, and some very complicated comparisons made by skippers among each other, about more specific names of parts of the human body from every gender, which I shall gracefully omit here.

In about five minutes, the river is now speckled with radar-echoes big and small and everywhere. VHF ship-to-ship traffic-channels completely cocked-up with strange noises, faintly tickling ones oldest DNA particles of ones memory about those long forgotten secret and bloody barbaric ceremonies in the long gone far away dense woods of the evening land. And…rests assure: when there is a fog coming up quickly as this, the tide is falling, always! Therefore, in short, you must be one hell of quick learner, navigating by radar on these waters in fall, when you are called for by a desperate mayday, being just a rookie salvage captain!

A real good lesson I received from River Master G. de B., at the time assigned to ‘RWS-Post Wemeldinge’. We were searching like howling madmen in the densest of a fog for a large “Eiltank” motor tanker with an evenly large tanker barge attached alongside, which unit had short before reported herself grounded – at falling tide of course – and from then had vanished from the radio channels. Afterwards, it turned out that after she hit the ground, the captain had started telephone frenzy with his owner, reason why we could not reach him no more.

We, searching and searching along in great haste, staring ourselves silly in the radar screen and didn’t found shit! Until Ger called on the VHF, from twenty miles away: “Hey you dude, turn you ‘gain’ knob slowly back until your screen starts to look real empty!”

Mind you about this Radar, onboard Fury-2 that time. This was an ancient DECCA set, filled up with glass radio valves, large and small (large mostly). It didn’t had ARPA you know, or VRM distance measuring, or a build-in compass, let alone GPS tracks, speed, ETA or what ever! Just a very long but still narrow CRT in a box, weighing about one Ton, with a thick fat sweep and some blurred rings on it, resembling only remotely ones average distances. Of course, DECCA is still around and much more sophisticated these days!

Obeying little boys as we were, I followed his advice immediately and first of course, the weaker echoes disappeared from the CRT. Next, the contours from the coast vanished, followed by the jigsaw puzzle from nearby sandbanks and rims of reed fields and the like. 

Normally, you do just the opposite; adjusting your gain until you have a nice ‘full’ screen, with preferably all and every solid object on it, surrounding you in the soup! That’s the best method for not bumping into you fellow skippers - pissed off as they are already - and dumb immobile things as buoys, sandbanks, heavy dikes and so on, you know.

But what was finally left on the Radar screen with the low gain? The “Eiltank”!

A nice big rectangle shaped echo from this large chunk of solid steel from 100 by 19 meters, in the middle of (very) high grounds just starboard from the entrance of “Steenbergse Vliet”. On the ‘normal’ radar screen, this big solid echo was completely dissolved into the much larger echoes from the grass-covered high ground where she was sitting on.

Strangely enough, this little river entrance, nicely trimmed with dense reed en tall grass, gives a far better echo on the screen then the massive stone-build pier from the Schelde-Rhine-Canal entrance, a few hundred meters more to the west, and the original but sadly missed destination from the “Eiltank” in the first place.

Later, RWS deployed, for better recognition, a Racon buoy in front of that massive pier. (It’s a pity really, for some of us!)

The German captain from the Eiltank had his destination into the Canal mixed up with the nice little river entrance – the one with the well-defined view on the screen – and banged fair and square on the floor of mother Earth and yelled very disappointed: Ach scheiße! Verdammt noch mal. Falsch gemacht!”  In the afternoon at low tide, a flock of sheep wandered around the gigantic steel intruder on their turf. Ships and sheep all safely on high ground… He really had it made, that German Captain!

Later on, we learned a lot more of this little radar tricks and took advantage of it.

Now I come to think of it… Ship, sheep, high ground…Noach?

 

31 december

Giving Assistance

‘Giving assistance’

From “Bergers – Working on Water”, ISBN 9080838640.

It was on a hot Sunday in July and very busy with pleasure-craft on the large rivers Hollandsdiep, Haringvliet and surrounding waters. Later in the afternoon, dark banks of clouds towered high up on the horizon into the blue sky and several hammerhead clouds were rapidly formed, reaching many kilometers high. Something was brewing there… For us, those kind of conditions lead automatically to the stage of Yellow-Alert, and that is how it should be of course. A big thunderstorm bursting out with heavy rainfall and a lot of wind for a few minutes. Yes..! A SOS alert came in on the VHF. A small sailing yacht in big trouble, close to the town of Numansdorp. Quickly to the Hollandsdiep with salvage tug Fury-2!

The Police patrol boat RP-9 was already at the scene and rescued just in time the crew from the completely flooded yacht and taken safely taken on board of the Police-boat. A young man and a girl from around twenty, and very nice to look at. The girl I mean…

The RP-9 called me on the VHF: “Geert, take a look at that boat if you will. The Owner here asks to see if you can bring it up again?”

The small sailing boat was barely floating and drifted nearly submersed slowly to the downwind shore. Okay, at work and an hour later it looked more or less like a boat again. I was busy with picking up some floating stuff being washed out when a big yell sounded from the RP-9: “Geert come quick and take those two people over from us, because we have to go like hell to the Moerdijk-Bridge!” “Okay I’m underway!”

With Fury-2 alongside RP-9, the two rescued occupants stepped over on my boat. Well, stepping over? They were almost carried by airmail on the numerous hands from those guys from the RP-9, so much help was available. For the girl, that is… This really very nice girl moved around a bit clumsily, everything managing with just one hand? Of course they were completely soaked picked up out of the river by the RP-9, and those guys were helpful of course giving them some dry clothing. They gave them both overalls. After all, a Police boat is not exactly a Beauty & Fashion parlor.

But from the overall for that really beautiful girl, they had unbelievable quickly ripped off all buttons before they presented her that sorry piece of humble clothing. So, there walked that gorgeous child, well uh…child, smiling ever so shy and beautifully, with one hand holding her overall somewhat together, being ever so grateful to her rescuers... One sometimes should beat the shit out off them! Shouldn’t one? Ah well, okay, a little laughter now and again won’t hurt either, right?

But beware! The Higher Power punishes evildoers immediately! The RP-9 roared towards the Moerdijk bridge and I transport the two people and their boat to Willemstad were the Harbormaster takes further care of them. I leave the port again to the direction of the Volkerak locks bound for home. Just before I enter the lock another Mayday cries out from the VHF loudspeaker! Yet another sailing yacht, grounded now at the Haringvliet, close to the town of Hellevoetsluis. I push my big Deutz immediately to full power again, turn the boat around between the lock doors, yelling to the suspiciously frowning Lockmaster: “Be back later, maybe!”

Arrived at the scene, quickly at work to refloating the yacht, beached in the big thunderstorm that went over a couple of hours ago. There was still blowing a fresh breeze anyway. Being busy with the job, suddenly I see the RP-9 again, approaching full-speed from the East. I think: “Well, are they busy buddies today, or what?” But they pass by without even taking back the throttle a little, one of the guys yelling something from the wheelhouse-door with “…Stellendam…!” I can’t understand the rest of it and carry on with the job. Taking care of things, after another hour or so the yacht was floating alongside Fury-2, and after we had the paperwork finished could sail back again to her homeport Hellevoetsluis. The weather had improved a little and the Sunday was almost over, which is why I sailed fairly satisfied back home.

The next day, Revelation came on hand…! Sunday had turned out to be Judgments Day for the RP-9! Very close to the Moerdijk-bridge that day, a small motor yacht had gone into trouble with a stalled engine. It drifted slowly and helplessly straight to those big solid bridge foundation pilings… The RP-9 came just on time at the scene and managed to come alongside. But because they were already terribly close to one of these big, blue-stone pilings, they unnoticed hit the underwater rim from the base of the piling with the starboard chine of RP-9. This rim is made from very heavy steel slotted-planks, driven many meters in the river bottom. Ouch! The water tide was rather low at the time also.

So, it didn’t take too long before their bilge-alarm started whining, with a sad and rather panicking kind of sound… Engine hatch open, look…water! “Shit! Bilge-pump on!” They managed to just pump a little faster then the inflow from the water. It was just a small gash in the chine. They bring with appropriate speed the motor yacht into the port of Moerdijk, making an urgent telephone call to the shipyard and in the same move, ordering an emergency haul-out. And that is why they passed by me at the Haringvliet with such an improper speed, and even without making a courtesy visit. See! Be always polite to your customers!

                                                                 ‘Assistance too’

Speaking about assistance. With our smallest boat I made the shortest and also close to most thrilling rescue in my life. That boat was a plastic Pioneer rowboat from nearly 8 ft!

On a morning I was sound asleep at home after an all nights work with the small tug Fury. I was dreaming and I heard screaming for help…and it kept on going and going. Finally I woke up…and the screaming was still there! I looked dizzy as a hibernating bear outside the bedroom window and right in front of my nose floated a small motor-cruiser completely engulfed in blazing flames, with two – screaming- men onboard, standing together as one miserable heap of despair on the outermost front part of the tiny foredeck! Damn…!

I stumble sleep drunk out of the bedroom, into the living room, bumping into every piece of furniture from our insignificant possessions, stuff flying hopelessly scattered thru the room, storm meanwhile limping out of the backdoor, jump into the little rowboat, and start rowing towards the blazing and black smoking motor-cruiser. They were just floating between the pier heads from our harbor when I had reached them. Those two men terribly shaking, - one of them with a completely burned face, all his hair molted like a flat and shiny pancake on his head – climbed into my little Pioneer, very rapidly I might say. They couldn’t swim, which could of course being the reason why they had stayed onboard from that barbecue! They had planned a nice day of fishing and had just topped-up with gasoline at the bunker station.

Three people are in fact too many for such a small boat. We had just 2 inches free board left! Exactly that moment the Manders-sluice had opened up to release water out from the River Dintel. A lot of water! This causes a rather swift current between the pier heads. So, there I sat down… stark naked with just my knickers on. Rowing like a drunken beetle with those pathetic little oars speedy crawling up against the current, trying desperately to creep back into port again, and with indeed very little free board left!

Well, we were just advanced to the inside from the West-pier and the blazing motor- cruiser had just nearly drifted to the outside of the same pier…when it exploded! Kabooom!

Boy! We first went to the wife, the three of us together, for a cup of morning coffee…

 

 

 

17 december

Communicatie met de Overheid...?

MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN

Minister-President                Kenmerk : 01M419870 's-Gravenhage, 22 november 2001

 

Kabinetsreactie op het rapport 'In dienst van de democratie' van de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie

 

Communicatie in het hart van het beleidsproces

Om het vertrouwen van de burger te winnen en te behouden zijn openheid en commun-icatie van groot belang. Volgens de Commissie Wallage moeten daarom voorlichting en communicatie, naast het juridische- en financiële beleidsinstrumentarium, een volwaardig en integraal onderdeel van het beleidsproces uitmaken. Met andere woorden: voorlichting en communicatie behoren een plaats in het hart van het beleidsproces te hebben. Het kabinet onderschrijft deze visie. De organisatorische vertaling hiervan is uiteraard maatwerk en kan per ministerie uiteenlopen. Het kabinet beschrijft in dit standpunt de daarvoor geldende kaders.

Aanbeveling 9: Blijf bereikbaar!

Het door de Commissie Wallage bepleite recht op communicatie impliceert, dat de overheid bereikbaar en responsief is. De overheid moet snel en adequaat reageren op een verzoek of klacht van een burger. Het recht op communicatie is bovendien techniekonafhankelijk.

Op grond van deze redenering, komt de Commissie met aanbeveling 9:

Het kabinet onderschrijft deze aanbeveling. Deze speelt met name een rol in het kader van de beleidsuitvoering en bij de dienstverlening door de overheid. Immers, dan doen zich de meeste contacten tussen burger en overheid voor. Een goede uitvoerings- en handhavings­communicatie vormt overigens een belangrijk instrument, waarmee veel klachten en onnodige contacten kunnen worden voorkomen. Met deze aanbeveling, gericht op het vergroten van de bereikbaarheid, zal het kabinet met name ook rekening houden bij de organisatie van de door de Commissie aanbevolen transparantie.

 

De praktijk

Democratie in Nederland

Stel: je bent Nederlands staatsburger en je verzeild ongewild in een conflict met de Staat. Voordat het conflict ontstond was je een nette – de Wet gehoorzamende – en gezagsgetrouwe, hardwerkende ondernemer. De oorzaak van het conflict ligt overduidelijk bij de Staat. Daar kan geen twijfel over bestaan omdat aan staatszijde ernstige fouten zijn gemaakt, én die fouten nota bene zijn opgespoord, gerapporteerd én geboekstaafd door meerdere daarvoor bestemde instanties van de Staat zelf.

Je komt er niet uit. De Staat ligt dwars en wil, ondanks overdonderend bewijs van haar ongelijk, niet toegeven dat er aan haar kant dingen zeer fout zijn gegaan.

Intussen blijf je natuurlijk wel met – ondermeer - de financiële brokken zitten. Brokken zo groot, dat je die niet kunt verantwoorden. Niet tegenover je financieringsbank, niet tegenover de toekomst van je familie en ook niet tegenover jezelf.

Het conflict sleept zich jarenlang voort, komt geen spat verder, en je besluit ten einde raad tot een drastische maatregel. Je compenseert de financiële schade met een andere vordering, die de Staat – later - op jou denkt te kunnen instellen. Je laat de Staat schriftelijk weten wat je hebt ondernomen.

De Staat trekt nu onmiddellijk het ‘gelijk’ tot zich en plaatst je als de eerste de beste misdadiger op een ‘signaleringslijst’, en weigert je bovendien verdere dienstverlening als bijvoorbeeld het verstrekken van een paspoort.

Je doet een oproep aan de ‘Volksvertegenwoordiging’ bij de Staat, en je richt je - met een bede voor het Recht in een Democratie - in een ‘Open Brief’ tot de Tweede Kamer. Een Lid van de Tweede Kamer reageert op je oproep en zegt toe de kwestie te zullen bestuderen. Je hoop op een oplossing laait weer op.

Er volgen maanden van stilte, afgewisseld met schaarse, korte mededelingen van het Kamerlid over de voortgang van zijn onderzoek. Ook doet het Kamerlid uitspraken, die je hoop op een goede afloop nog versterken. Hij verklaard o.a.:

“Ik begrijp dat u groot onrecht is aangedaan…”

“Mijn analyse is, dat het hier een ministerskwestie betreft.”

“Dit is een serieuze zaak en er moet een oplossing komen.”

“Echter, verder denkend en filosoferend kwamen wij op het idee om Uw zaak voor te leggen aan de huidige staatssecretaris van financiën (en daarmee van belastingen). Of dat wat oplevert weten wij niet, maar deze zaak is voldoende serieus om een volgende stap te overwegen.”

“Deze zaak is eventueel op te lossen, maar dan in stilte.”

Je weet niet wat te denken van deze ‘stille’ wending, maar je hoopt nog steeds op een goede afloop. Intussen zijn, sinds het eerste contact, weer bijna twee jaren verstreken.

Dan doet hetzelfde Kamerlid in een krant plotseling de volgende uitspraak:

“Ik heb deze zaak opgepakt uit puur politiek fatsoen, maar Theunisse mag geen valse verwachtingen koesteren. Het is nu eerder een kwestie van Genade voor Recht.”

Je begrijpt er nu helemaal niets meer van. Je vroeg immers om Recht, niet om Genade?

Je komt in contact met een ander Tweede Kamerlid. Dit Kamerlid stemt in met een persoonlijk gesprek, en zelfs om dit gesprek te voeren onder het oog van een registrerende Tv-camera. Je hoop op eindelijk een goede afloop stijgt weer met sprongen.

In het gesprek stelt dit Kamerlid zich zeer ontvankelijk en positief op. Hij verklaart tegenover de Tv-camera en jou onder meer het volgende:

“Nou meneer, toen ik uw verhaal las, dacht ik eerst: Wat een fantast!”

“Maar toen ik verder ging lezen en nader bestuderen dacht ik: Hoe-bestáát-het?”

 “Hoe is dit in vredesnaam mógelijk?”

“Ik ga in elk geval vragen aan de Minister stellen. Eerste vraag: Is U bekend met deze zaak? Tweede vraag: Wat gaat U eraan doen?”

“Dat ga ik zeker doen nadat ik contact heb opgenomen met het andere Kamerlid, dat uw zaak al in behandeling heeft.”

In je reactie na afloop van dit gesprek verklaar je tegenover de Tv-camera toch zó opgelucht en vol nieuwe moed en hoop te zijn. Je nieuwe hoop wordt dan ook op Tv uitgezonden.

In de maanden volgend na dit laatste – van man tot man – gesprek hoor je niets meer.

Het eerste Kamerlid laat nog wel weten dat je maandenlange wachten op de beslissing van de staatssecretaris van Financiën wordt beloond met de boodschap, dat het zijn zaak niet is.

Op je post en e-mail aan deze twee Kamerleden: aanvullende informatie, vragen naar de voortgang, smeekbeden, rappelbrieven, enz, wordt door geen van beiden nog gereageerd. Met geen woord.

Het eerste Kamerlid is Mr. Ing. Wim van de Camp: Lid der CDA-fractie; ongeveer 23 jaar een zetel bezettend in de Tweede Kamer.

Het tweede Kamerlid is Mr. Aleid Wolfsen: Lid der PvdA-fractie; enkele jaren in de Tweede Kamer, voormalig topambtenaar bij het Ministerie van Justitie, voormalig Rechter bij - en Vice-president van - de Rechtbank te Amsterdam.

Nu ben je pas écht verdwaald. Verdwaald in de Nederlandse schijndemocratie.

Geert Theunisse

 

 

27 oktober

Waarden & Normen der Overheid

De Waarden & Normen van de Overheid

en andere droefenis

Geachte lezer,

Regelmatig komt op Tv, Radio en in andere media het ‘populaire’ onderwerp “Waarden & Normen ter sprake. Het is op initiatief van Nederland een thema in Europa geworden. Er is een hele website (www.zestienmiljoenmensen.nl) voor opgericht, én zelfs onze Premier bemoeit zich er graag te pas en te onpas mee.

 

Direct met Normen & Waarden samenhangend komt tegenwoordig (gelukkig!) ook de integriteit van het bestuursapparaat van de Overheid ter sprake, oa. de veelbesproken ‘graaicultuur’ op de diverse departementen en de omkoopbaarheid van ambtenaren, bijv. tijdens ‘de bouwfraude’. Er zijn dan nu ook per ministerie speciale bewakers, met meldpunten, van deze ondeugdjes benoemd en ingesteld.

 

Ik mis echter in de vele discussies vaak het belangrijkste punt waar het hier om gaat. Het gaat niet om bedragen in geld, het gaat over het hoe en waarom, en de schade die het gemis aan integriteit bij de Overheid bij/in de mensen aan de ‘lijdende’ zijde maakt; vooral in de wat ‘kleinere’, want immers veel vaker voorkomende, zaken. Het gaat nu om het totale verlies van vertrouwen en respect wat burgers in hun Overheid meenden te mogen – en moeten - kunnen stellen. Geloof mij, ik spreek uit bittere ervaring. Ik mis echter vooral enige uitdieping van het feit, dat veel van de fraude direct uitgelokt, resp. gepleegd wordt door de ambtenarij.

 

Over een geval van de laatstgenoemde categorie ‘luidde ik langdurig en dringend de klok’, zowel met als zonder publiciteit, tevergeefs. Verleden september de 23e -’04 was het vijfentwintig (25) jaar geleden dat dit specifieke geval begon; waarin enkele lagere ambtenaren in de fraudefout gingen; waarin er vervolgens door de Staat een hele serie wetsovertredingen en misdrijven gepleegd werden om de zaak onder de mat te houden; en waarin de toenmalige Minister van Justitie, Prof. Mr. Job de Ruiter, het om dezelfde reden nodig achtte om ondergetekende plus de Tweede-Kamer voor te liegen.

Ik ben er na al die jaren nog steeds niet achter wat het mechanisme is achter elke onmiddellijke en collectieve ontkenning, cq. bagatellisering van de feiten door ‘de Staat’, zodra een burger een ernstige misstand aan die zijde signaleert; dus hierover ‘de klok luidt’. Ik houd het maar op de absoluut onwijze en verwerpelijke ‘Wij maken geen fouten!’ mentaliteit; hopelijk thans wat achter-haald gezien de instelling van de genoemde meldpunten. Het is waarlijk te hopen dat die meld-punten niet weer het zoveelste doekje-voor-het-bloeden zijn!

 

Een paar voorbeelden uit mijn veeljarige praktijkervaring:

Eerst dus dat van 23-09-79:

Dat betrof het zendschip van Radio Mi-Amigo op de Noordzee. Het was gestrand op de Aardappelbult in het gat van Brouwershaven en de Nederlandse Staat had er beslag op gelegd. Smit-International was er met een opdracht van Justitie op af gestuurd. Maar die konden er niet bijkomen en lieten het schip zitten. Toen belde de Rijkspolitie mij: of ik maar even rap, in opdracht van de OVJ te Amsterdam en op basis “no cure-no pay”, dat schip daar weg wilde halen. Nou, precies dat deden wij dus. Opdrachten werden door ons gewoon wél uitgevoerd. Anderhalf etmaal later lagen we met het hele spul in Willemstad voor de kant. Wij gingen toen eerst maar eens een tukje doen, doodmoe als we intussen waren… 

Toen al begon de ellende. Er waren wat erg corrupte ambtenaren bij betrokken die het geborgen schip als een speer voor een fooitje aan een vriendje verkochten, terwijl ik godver op m’n nest lag, na heel die tijd mezelf te pletter gewerkt te hebben. Nou, dat is dus ook nooit meer goed gekomen. De Staat der Nederlanden is met haar vette reet op al die schandalen gaan zitten die er toen gebeurd zijn en heeft nooit toegegeven dat er aan hun kant ‘wat dingen’ mis gegaan zijn.

 

Op een moment begon zelfs Minister van Justitie Job de Ruiter te balen van al het gedoe, én de publiciteit natuurlijk, en wij maakten een praatje over het geval.

De Minister stelde voor om als arbiter Prof. H. Schadee te vragen en deze een uitspraak te laten doen. Het leek mij –toen- een strak plan!

 

Echter: wat ik niet wist - of hoorde van hem - was dat Prof. H. Schadee al vanaf 1961(!) op grond van een regeringsopdracht (Justitie) aan het nieuwe Boek-8-Vervoerrecht van het Burgerlijk Wetboek werkte, (april 1991 in werking getreden). Ook trad Prof. Schadee in de Tweede Kamer op als regeringscommissaris tijdens de behandeling der wetsontwerpen dienaangaande. Op de deur van zijn kantoor zag ik later –te laat dus– een trots opschrift: “Ministerie van Justitie”…

Zo’n arbiter voorstellen is dus ongeveer hetzelfde – en even onpartijdig - als een bekerwedstrijd in het prof-voetbal te laten leiden door de Voorzitter van de favoriete club!

Het kwam dan ook van geen kanten meer goed.

 

De Staat blijft gewoon negeren - toen en thans - dat een zeer groot deel van alle fraude die in Nederland voorkomt door de ambtenarij wordt uitgelokt, ook al omdat er nooit noemenswaardige sancties op volgen. De betrokken politieadjudant, de officier van Justitie, de ambtenaar van RWS, de Landsadvocaat, de Minister van Justitie in dit geval, zij gingen allemaal vrijuit. De grote schade bleef uiteraard voor ondergetekende. Letterlijk alle waarden, normen en fatsoensregels werden – en worden nog steeds – in deze kwestie door de Staat overtreden.

 

Vooruit, nog eentje:

Wat jaren geleden werden er door Rijkswaterstaat wat foutjes gemaakt bij het bouwen van de laatste twee dammen in het Deltaplan. In plaats van deze dammen gelijktijdig op te trekken werden ze na elkaar gelegd waardoor sterke stromingen ontstonden in het Schelde-Rijnkanaal. De drukke Noord-Zuid scheepvaart in dat kanaal begon toen meer op een spelletje Russisch roulette te lijken en continu toezicht en verkeersbegeleiding werd tijdelijk dringend noodzakelijk.

Om daadwerkelijk in te kunnen grijpen als er iets fout dreigde te gaan was de stationering van een krachtige sleepboot gewenst; om voor de duur van de bouw van de tweede dam eventueel assistentie aan schepen te kunnen geven. Dat werd ondergetekende, bij openbare inschrijving te Middelburg, en ik had er 7 maanden m’n handen vol aan; tot op 14 april ’87 de dam dicht was en de stroom weg. Ik was veruit de hoogste inschrijver, maar ik had toevallig de geknipte boot - pas nieuw ook – direct beschikbaar en mocht die periode dus op staatskosten voor de scheepvaart werken.

Het karwei liep een paar maanden toen ik op de ochtend van 1e kerstdag ’86 wat gebak en een paar flesjes wijn op de RWS-boot af ging geven die continu aan de noordkant van het kanaal op station lag. Bij die gelegenheid vroeg de dienstdoende Riviermeester (Rijksambtenaar met opsporingsbevoegdheid) in het bijzijn van zijn collega’s aan mij: “…of zij aan dat contract van mij ook nog wat extra’s aan konden verdienen?” 

In plaats dat ik hem toen direct een kwartiertje of zo op zijn bek timmerde, deelde ik hem mee zoiets niet te durven doen omdat ik blij was met het contract, juist na de grote investering in de nieuwe boot, en ook zo’n risico niet wilde nemen. Ik voer maar weer weg, na nogal timide en stil daar aan boord nog een bakje koffie te hebben genomen.

 

Wat is/zijn hiervan nu het/de punt(en)?

Een punt is, dat die ambtenaar-Riviermeester, voor hij die vraag aan me stelde, een afweging gemaakt moet hebben, een inschatting óf hij die vraag wel aan mij stellen kon. Hij meende ken-nelijk van wel. Hij schatte mij dus ‘laag genoeg’ in, (quod non).

 

Een punt is, dat de Riviermeester mij vroeg om zijn eigen werkgever – de Staat - te gaan bestelen en de (meer)opbrengst daarvan aan hen af te dragen. Hijzelf was te stom, te lui en/of te laf om iets anders te doen dan wat hij deed, maar hij wilde wel mee profiteren van de kwaliteiten en de arbeid van een derde, en durfde dan ook nog die derde te vragen om zich te corrumperen en te verlagen tot zijn eigen niveau.

Een punt is, dat dit soort gedrag is doorgedrongen tot in alle lagen en sectoren van ons staats-bestel. Dieptreurig, maar waar is ook dat dit nooit meer weg gaat; dus van dat “de slechte ambtenaren aan de hoogste balk nagelen.” (Uitspraak van de Burgemeester van Maastricht bij Barend & van Dorp in de ‘Groenfraudezaak’) kan helaas om praktische redenen niets terecht komen. Een acute onderbezetting van de ‘Diensten’ zou immers het gevolg zijn.

 

Nadat het werk bij het kanaal al enkele maanden helemaal gereed was – ik had zelfs de eind-afrekening al betaald gekregen – werd ik gebeld door de administrateur van de Kanaal-beheerder. Deze vertelde mij dat ik mezelf tekort gedaan had in de werkuren telling. Ik zat aan­merkelijk lager dan de telling van “hun eigen mensen”.

De ‘heren’ waren ondanks mijn afwijzing van hun plan toch alvast maar begonnen - én ook door-gegaan - met voor de inzet van mijn boot meer uren op te schrijven dan de werkelijk gemaakte tijd, met de bedoeling dat ik de aldus frauduleus ontstane meerkosten dan aan hen zou afdragen. Zij rekenden er kennelijk op mij wel te kunnen ‘omturnen’. Ik vertelde de administrateur, dat ik prefe­reerde om mijn eigen telling toch liever als de juiste te zien en beëindigde beleefd het gesprek.

 

Nog een voorbeeldje:

We voeren een keer uit naar het vrachtschip ‘J’ aan de grond op een rivier. Voor we erbij kwamen was het schip weer vlot en we konden omdraaien, terug naar station. Later hoorde ik van de schipper van de ‘J’ hoe het gegaan was. Er was een RWS patrouillevaartuig langszij zijn vast-zittende schip gekomen en de Riviermeester (weer een andere) had aangeboden om de ‘J’ met het dienstvaartuig vlot te trekken, voor 800 gulden contant en zonder papierwerk. De schipper van de ‘J’ had het aanbod aangenomen. Dit staaltje ‘zwart werken’ leverde, behalve oneigenlijk privé-gebruik van een Dienstvaartuig, natuurlijk ook nog rechtstreekse concurrentievervalsing en misbruik van een machtspositie tegenover de particuliere ondernemer op. En als het nu bij deze ene keer bleef, maar het is eerder schering en inslag geworden.

Zo kan ik nog wel even doorgaan, met luiden.

 

Mijn conclusie: Hoezo, Normen & Waarden? Hoezo, de voorbeeldfunctie der Overheid?

Al laat je tijdens het luiden de klokken over hun oren zakken, dan nog hoort ‘Den Haag’ niks, zodra het over de eigen club (oa. de ambtenarij) gaat!

Mijn aanbeveling:

Mijnheer Balkenende moet in plaats van voor de Tv camera steeds tegen de Burgers over “WAARDEN & NORMEN”  te ouwehoeren zich rap omdraaien en dat praatje tegen de ambtenarij houden en ze daarbij hel en verdoemenis beloven – en ook geven – als niet binnen de kortste keren het kaf van het koren gescheiden wordt. De politiek moet ook niet langer liever de kop in het zand steken als het gaat over uitgelokte corruptie en misdrijven door ambtenaren en er eens niet direct ook met het vingertje naar de particuliere ondernemer kan worden gewezen.

Zo, hèhè, dat was het weer even…  

ORKAAN OP HET HARINGVLIET, DEEL-3

ORKAAN OP HET HARINGVLIET, DEEL-3

De tweede gebeurtenis is, dat nu die beruchte en dramatische ‘Poststaking’ in dat jaar uitbreekt. Drie lange weken wordt de post zo­maar neer geflikkerd in alle postkamers van alle Ministeries. Drie meter hoog worden de postzakken opgetast. Als destijds de balen koffie in een Oostinje-vaarder van de roemruchte Compagnie, waarvan de roemrijke geest onze huidige Premier zo na aan het hart ligt... Die, in heroïsche veld- en zeeslagen, maar ook in grootschalige drugs- én slavenhandel beginkapitaal vergarende, dappere voorloper van onze fiere Koninklijke Neder-landse Marine... Die toen het financieel lekker de moeite waard werd, fluks omgevlagd werd naar de frisse kleuren van ons Koninklijk Huis! Ik begrijp dan ook helemaal niks van die kinderachtige Haagse bezwaren tegen ons aller Mabel. Hypocriet ge-Balk, dat is het! Maar dit even terzijde…

En daar ergens, tussen die miljoenen brieven, bevind zich post…van mij en voor mij. Waarmee niets gebeurt, waarvan ik niets weet, noch hoor! Ik krijg de ene levensbedreigende wegtrekker na de andere als ik op het NOS journaal of in de krant het oliedomme gedoe aanzie. Met die Jaap Van der Scheur steeds op TV. Elke lange wachtdag opnieuw. Gátfer!  

Ten einde raad, er is nog geen zicht op het einde van die staking, bel ik weer met Defensie. De telefoon werkt gelukkig nog. Ik krijg daar een soortement comptabele aan de lijn en leg hem mijn kwellende probleem uit. Dat is zeer in het kort, dat ik gloeiende, vlammende nou m’n centen mot beuren! Hij raakt min of meer overtuigd van de acu­te ernst van de situatie en spreekt eindelijk het verlossende woord: ‘Komt u maar weer naar Den Haag, met een kopie van Uw factuur. Dan zullen wíj het hier wel even verder bekijken.’

Ik snor opgetogen in m’n manke Fiatje naar Den Haag. Het voer­tuigje trekt - sinds toen – wel een beetje naar stuurboord op het roer? Maar ik kom toch, dank zij mijn vorige beloodsing zonder weer te verdwalen bij de statige groene deuren aan en wordt ontvangen door de hulpvaardige comptabele. Die bestudeert minuten lang m’n fac­tuur van vier regeltjes. Alsof het een zeer vroeg geheim hiëroglyfenschrift uit het oude Egypte is, door mij op slinkse wijze uit dat verre land ge­smokkeld. En hij komt er glad niet uit! ‘Ik vrees dat ik u hier geen uitsluitsel over kan geven. Het beste kunt u even naar onze Marine-afdeling in Scheveningen gaan. Daar kan er wel over beslist worden, denk ik.’

Oh jee, denk ik. Dit wordt weer helemaal shit-tot-de-vierde-macht. Maar ik klamp het pennelikker-tje nog één keer goed aan: ‘Weet u wat! Waarom gaan we niet effe samen? Ik breng u weer hier terug. Vast beloofd, erewoord!’

Hij kijkt me eerst nog een beetje twijfe­lend aan, over dat erewoord en zo, maar besluit dan man-moedig dat hij het gaat wagen. Op naar Scheveningen! ‘Anders zit hij daar toch maar de hele dag op dat stoffige bureel.’

‘Dóen, kom op!’

We schepen samen in op het MV (Motor-Vehikel) Fiat en navigeren in een wipje naar Scheve-ningen. We stoppen op aanwijzing van mijn Marineloods bij een helemaal glazen gebouw. Een ultramodern zee­zenuwcentrum, en de hoogglanzende sublimatie van onze niet ge­ringe mari-tieme historie. Binnengelaten door een admiraal in ruste, lopen we wat rond in al­maar spiegelen-de gangen met overal ruim doorzicht naar weer ande­re vleugels van glas, allemaal precies het-zelfde. Dus m’n Defensie­loods verdwaalt. Niet te weinig! Hij wordt er helemaal nerveus en zwe-terig van. Nou, ik snap niet waarom hij zich zo druk maakt. Ik heb hem immers al lang verteld, dat ik nooit meer weg ga, hier uit deze giga-glasbak vandaan, tenzij de boel afdoende geregeld wordt... Nu! Grrr!

In alweer de ‘tigste gang is een interieurverzorgster bezig met een wagentje vol schoonmaak-spulletjes. Ze lapt de ontelbare ramen. Een wereldbaan hier, met letterlijk onbeperkt uitzicht op een geregeld in­komen. M’n maat vraagt ten einde raad aan de stug doorlappende juffrouw naar een bepaald kamernummer, geheimzinnig samenge­steld uit een hele trits letters én cijfers. ‘O,’ zegt ze, ‘Niks an. Deze gang, die kant op, de tweede afslag rechts, dan eenmaal links en dan de eerste deur rechts. Kan niet missen!’ Zij is gewoon een echte in­sider…

We enteren die kamer op en staan nu bij een échte Comptabele. De man is nog jong en heeft ook doorgeleerd. Én hij is joviaal en vooral begrijpend. Hij werpt een vluchtige blik op mijn als een kostbaar staatsgeheim gekoesterde kopiefactuur en zegt: ‘Dat factuurtje ziet er prima uit. Daar is helemaal niks mis mee!’ Hij grabbelt een groot stempel uit het molentje met allerhande stempels op zijn bomvolle, met dossiers overladen bureau, plonst het diep in een inktkussen, en ramt een stempel op mijn factuur, alsof hij voor de eerste keer de funderingen van het gebouw nu eens grondig aan het testen is. Hij kijkt me vriendelijk aan en zegt: ‘Zullen we zeggen veertien dagen? Dan hebt u de betaling zéker binnen.’

Diep bewogen door zoveel vastberaden doortastendheid en rotsvast geloof in eigen verantwoor-delijkheid en kunnen, neem ik zijn beide handen en stamel ontroerd een bedankje. We verlaten het – dankzij de interieurverzorgster – verblindend spiegelende en vonken schie­tende pand, wankelend van de emotie en ook met lasogen, en ik breng het pennenschuivertje óók met dank naar z’n hut. Beloofd is beloofd, niet dan! Ik vaar terug naar mijn thuishaven, met hernieuwde hoop voor de nederige en eenvoudiger leden der mensheid.

Tien dagen later: 28-11-‘83, zit de overboeking bij de post.

Pauze…

Pomperdepompom…♫☺


 BEWIJS! 

BERGINGS- & SLEEPDIENST THEUNISSE

Dinteloord, 5-2-‘83,

Onderwerp: Feiten en conclusie na Berging.

De waterstanden:

 

OP 31-1-83 te 21.00 uur, strandingpositie           

0,90 +

Te 24.00 uur, tijdstip van stranding

 

0,63 +

Op 1-2-83 te 08.04 uur, bij vlotkomen OMMEN 

0,68 +

Te 09.05 uur, bij vlotkomen NAARDEN

0,70 +

Te 12.00 uur, wederom vallend water,

 

0,54 +

 

 

 

DE WEER/WIND-ONTWIKKELING

In de avond van 31-1-83 aanwakkerende wind ZW 8 Bf; later ruimend WZW en toenemend tot stormkracht 9 Bf. te ± 24,00 uur. (tijdstip van stranding). Van 24.00 tot 10.00 uur storm WZW tot W. kracht 9 tot 10 Bf. (1-2-83). Gedurende enige tijd in de vroege morgen piekte de wind regelmatig 12 Bf. Van 10.00 tot 16.00 uur storm W tot NW. kracht 10 tot 11 Bf. Voor de OMMEN en NAARDEN vlotgebracht werden liepen beide schepen reeds schade op aan de kiel. De NAARDEN kreeg ook schade aan SB schroef. Voorts hadden beide schepen nagenoeg geen eigen voortstuwing, alsook geen hulpbedrijf meer door zandverstopping van het motorenkoel-systeem. De schade aan de kiel ontstond uiteraard door de zeegang. Deze schade zou aanzien-lijk zijn verergerd indien de sche­pen na 10.00 uur nog niet zouden zijn vlotgebracht, omdat na dat tijdstip de zeegang door de ruimende en nog in kracht toegenomen storm aanzienlijk vermeer-derde en het water weer ging zakken. Verder waren de beide schepen onder de heersende om-standigheden absoluut niet meer met eigen vermogen manoeuvreerbaar (kiel aan de grond, steeds verder de zandbank op driftend door de, bij relatief geringe diepgang, enorme windvang).

Conclusie: Door de geslaagde berging is aan Hr. Ms. OMMEN en Hr. Ms. NAARDEN zeer zware schade cq. totaal verlies voorkomen.

~~~~~~~~~

MINISTERIE VAN DEFENSIE

Koningin Marialaan 17

Telegramadres: Marine Den Haag

Telex nr. 31335

AAN: Mr. E. Fleskens, advocaat en procureur
Postbus …… Tilburg
Ons nummer 1004833110046, voorstel/opdrachtnummer 916. Onderwerp: Berging Hr. Ms. Naarden/Hr. Ms. Ommen (2/443). Uw dossier EF/MVS.
Hierbij bevestig ik u de ontvangst van uw brief van 7 februari 1983. Ik stel me voor op deze zaak terug te komen zodra de betreffende rapporten mij hebben bereikt.

DE MINISTER VAN DEFENSIE, 
voor deze, HET HOOFD VAN DE AFDELING CIVIEL RECHT, 
Mr. F. A. von Heijden, wnd.

MR. FLESKENS, ADVOCAAT & PROCUREUR

AAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE
De Minister van Defensie 
Voor deze, het hoofd van de afdeling civielrecht, 
Mr. F. A. von Heijden
Koningin Marialaan 17
DEN HAAG

TILBURG: 18 maart 1983
INZAKE: berging Hr. Ms. Naarden/Hr. Ms. Ommen
DOSSIER: EF/DIVS 8183-(JZC 2/443) 1004833/1004679

Weledelgestrenge Heer,
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 16 februari jl. in opgemelde zaak mocht ik niets meer van u vernemen. Indien ik nu niet op korte termijn van u verneem, ga ik over tot rechtsmaatregelen, waarbij ik eveneens vanaf 1 februari 1983 de wettelijke rente in rekening zal brengen.
Hoogachtend,
Mr. E. Fleskens

MR. FLESKENS, ADVOCAAT & PROCUREUR

AAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

T.a.v. Mr. F. A. von Heijden,

Koningin Marialaan 17, Den Haag

TILBURG, 11 april 1983, INZAKE: Theunisse/berging Ms. Naarden, Ms. Ommen, 1006872-/1004679

Weledelgestrenge Heer,

Uw brief van 5 april 1983 ontving ik in goede orde. Het is mij niet duidelijk op welke gronden u aanneemt dat ik niet verbaasd ben over het feit dat u ruim twee maanden na het incident nog steeds niet de rapporten terzake heeft ontvangen. Het is gebruik in bergingszaken dat de berger tezamen met de opdrachtgever in overleg treedt, in een poging in der minne een bergingssom overeen te komen. Daarbij hebben partijen de vrijheid om argumenten pro en contra aan te voeren. Eerst indien dergelijke onderhandelingen definitief niet tot overeenstemming leiden heeft het pas zin een concreet bedrag te claimen. Ik zou u daarom willen voorstellen een aantal alter­natief data en tijden aan mij op te geven waarop over deze kwestie kan worden onderhandeld. Mogelijk dat u tevens een suggestie heeft omtrent de locatie waar zulks zou moeten plaats-vinden. Ik zou u zeer erkentelijk zijn indien ik op korte termijn een uitnodiging daartoe ontving.

Hoogachtend, Mr. E. Fleskens

 

MINISTERIE VAN DEFENSIE

Afdeling: civielrecht
Koningin Marialaan 17 
Telegramadres: Marine Den Haag 
Telex nr. 31335
Aan de Heer G. Theunisse
Sasdijk AB, 4671 RP DINTELOORD

Ons voorstel-/opdrachtnummer 1009208/1004679
’s-Gravenhage, 22 juli 1983, onderwerp: Berging Hr. Ms. Naarden/Hr. Ms. Ommen (2/443)

Naar aanleiding van de brief van Mr. E. Fleskens dd. 7 juli 1983 waarin vermeld staat dat zowel Smit International als u akkoord gaan met een betaling van f 25.000- op uw postrekening 2759256, deel ik u mede dat voormeld bedrag binnenkort op uw postrekening zal worden over-gemaakt. Het bedrag van f 25.000- kan worden aangemerkt als een voorschot op het uiteindelijk te betalen bedrag aan bergloon.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
voor deze,
HET HOOFD VAN DE AFDELING CIVIEL RECHT
Mr. F. A. von Heijden, wnd.

 


MINISTERIE VAN DEFENSIE

Aan de heer G. Theunisse
Sasdijk AB, 4671 RP DINTELOORD

Directeur Personeel Koninklijke Marine. Afdeling Civielrecht 
Postbus 20702, 2500 ES ‘s-Gravenhage
Telefoon 070-169111, Telegramadres: Marine Den Haag
Telex nr. 31335. Ons nummer -1010623/1004679
Onderwerp: Berging Hr. Ms. Naarden/Hr. Ms. Ommen
(Jzc-2/443). Voorstel-/opdracht nr. 200/3/400/01220

Datum 10 oktober 1983,

Met verwijzing naar de bespreking op 21 september 1983 te Rotterdam, deel ik u mede dat ik bereid ben voor de hulpverlening op 1 februari 1983 in het Haringvliet aan de schepen Hr. Ms. Naarden en Hr. Ms. Ommen door de sleepboten Furie-2, Spitsbergen en Noordpool tegen finale kwijting een bedrag van f 150.000- (Eenhonderd en vijftigduizend gulden) te betalen. Aangezien een bedrag van f 25.000- inmiddels aan u betaald is, zal een bedrag van f 125.000- op uw post-rekening nr. 2759256 worden overgemaakt. Ik verzoek u mij een verklaring toe te zenden waaruit blijkt dat u na ontvangst van f 125.000- op uw postrekening, de Staat der Nederlanden (ministerie van defensie) finale kwijting verleent inzake bovenvermelde hulpverlening. Tevens verzoek ik u mij een verklaring van Smit International te doen toekomen waaruit blijkt dat zij u gemachtigd hebben deze zaak namens hen af te doen.


DE MINISTER VAN DEFENSIE, voor deze,

HET HOOFD VAN DE AFDELING CIVIEL RECHT Mr. F. A. von Heijden, wnd.

 

SMIT VOS BV

Zalmstraat 1, 3016 DS

Ministerie van Defensie Afd. Civielrecht. T.a.v. Mr. F. A. von Heijden Postbus 20702 2500 ES ‘s-Gravenhage

Uw ref: 1010623/1004679              Datum 11 oktober 1983

Betr: Berging Ommen en Naarden

Met referte aan uw brief d.d. 10 oktober jl. gericht aan Bergings- en Sleepdienst Theunisse te Dinteloord, delen wij u mede er geen be­zwaar tegen te hebben, dat het totaal overeengekomen hulploon wordt overgemaakt aan Berging- en Sleepdienst Theunisse. Voor het ons toekomende deel uit dit hulploon verlenen wij u hier­bij finale kwijting.

Hoogachtend, SMIT-VOS BV.


MINISTERIE VAN DEFENSIE

Directie: Juridische Zaken, Telegramadres: Marine Den Haag
Aan: De heer G. Theunisse, Sasdijk AB, 4671 RP Dinteloord
Ons voorstel-/opdrachtnummer 1011113/1004679
Onderwerp: Berging Hr. Ms. Naarden/Hr. Ms. Ommen (Jzc 2/443)

‘s-Gravenhage, 11 Nov. 1983.

Naar aanleiding van uw brief van 11 oktober 1983 breng ik voorzover nodig nogmaals onder uw aandacht dat op 21 september 1983 te Rotterdam partijen volledig overeenstemming hebben bereikt inzake het dezerzijds te betalen bedrag aan hulploon. Na veel wikken en wegen gingen beide partijen akkoord met het bedrag van f 150.000-. Over BTW. is door u noch door de heren Noordzij en Bom van Smit Vos B.V. gesproken. Het was tijdens die bijeenkomst voor een ieder der aanwezigen duidelijk dat het aanbod van f 150.000- het uiterste bod was waartoe de Koninklijke marine bereid was. Derhalve verzoek ik u mij de verklaring toe te zenden als verzocht in alinea 3 van mijn brief van 10 oktober 1983.

DE MINISTER VAN DEFENSIE, voor deze,
HET HOOFD VAN DE AFDELING CIVIELRECHT Mr. F. A. von Heijden wnd.

Nou…? Nou…?

 

EINDE

 

 

 



 
Foto 1 van 16
Bergers - Werken op Water
door 
door 
No cure-no pay Contra de Staat der nederlanden
Op reis met MV-FLINTSTONE
Orkanen & Randverschijnselen
Reis met Sleepboot Endeavour
*